Kop
     
  Afbeelding Afbeelding Afbeelding  
 

INHOUDSOPGAVE


SyRi-wetgeving onrechtmatig verklaard door rechtbank Den Haag
Half miljard nodig voor aanpassingen Participatiewet
Aanpassingen in Participatiewet 2020
Opbrengsten van zonnepanelen niet tot de middelen te rekenen
Noodstopprocedure boetes bij problematische schulden
Herzieningsopgave inburgering 2021
En verder ...
Jurisprudentie
 

Editie 1-2020

De Langhenkel-Talenter Nieuwsbrief Sociaal Domein wordt samengesteld door Robin Hutten, adviseur en docent bij Langhenkel-Talenter Academie. Voor opmerkingen of suggesties over deze nieuwsbrief kunt u Robin bereiken via telefoonnummer 06 - 55751498 en 038 - 467 72 00 of per e-mail: rhutten@langhenkel-talenter.nl. Ook als u beschikt over interessante uitspraken die naar uw oordeel dienen te worden opgenomen in de nieuwsbrief, dan vernemen wij graag van u.

Nieuwsbrief ook ontvangen?
De nieuwsbrief wordt verstuurd aan onze medewerkers, klanten en overige belangstellenden. Wilt u daar bij horen? Klik hier.


Opleidingsagenda
Klik hier voor onze online opleidingsagenda

Gratis praktijktools
Klik hier voor onze gratis praktijktools
Personele ondersteuning nodig?
Mail naar office@langhenkel-talenter.nl
 
     

NIEUWS

SyRi-wetgeving onrechtmatig verklaard door rechtbank Den Haag

De rechtbank Den Haag heeft op 5 februari 2020 uitspraak gedaan in een zaak over het Systeem Risico Indicatie (SyRI).

SyRI is een instrument dat de overheid gebruikt voor de bestrijding van fraude op bijvoorbeeld het terrein van uitkeringen, maar wordt ook gebruikt door de Belastingdienst in het kader van toeslagen en belastingen. De zaak is aangespannen door een aantal maatschappelijke organisaties waaronder het Nederlands Juristen Comitť voor de Mensenrechten. De FNV heeft zich eveneens aan de zijde van eisers gevoegd. De rechtbank komt tot het oordeel dat de wetgeving die de inzet van SyRI regelt in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten voor de Mens (EVRM). Deze regeling beschermt onder meer het recht op respect voor het privťleven.

Op grond van artikel 8 EVRM heeft de Nederlandse overheid bij de toepassing van nieuwe technologieŽn een bijzondere verantwoordelijkheid. Daarbij gaat het om de juiste balans van de voordelen die aan het gebruik van die technologieŽn verbonden zijn tegenover de inmenging die dat gebruik op het recht op respect voor het privťleven kan maken.

In deze uitspraak komt de rechtbank tot het oordeel dat de SyRI-wetgeving in haar huidige vorm de toets van artikel 8 lid 2 EVRM niet doorstaat. De rechtbank heeft de doelen van de SyRI-wetgeving, namelijk het voorkomen en bestrijden van fraude in het belang van het economisch welzijn, afgezet tegen de inbreuk op het privťleven die de wetgeving maakt. Volgens de rechtbank voldoet de wetgeving niet aan de 'fair balance' die het EVRM vereist om te kunnen spreken over een voldoende gerechtvaardigde inbreuk op het privťleven. De wetgeving is wat betreft de inzet van SyRI onvoldoende inzichtelijk en controleerbaar. In de procedure is verzocht inzage te geven in de gebruikte algoritmen, hierop heeft de staat telkens aangegeven dit niet prijs te willen geven. Men is bang dat met deze informatie het fraudeurs makkelijker maakt om dergelijke technieken te omzeilen.

Er is ook een eerste reactie door het ministerie gegeven. Uit deze reactie valt nog niet te halen wat de gevolgen gaan zijn van deze uitspraak. Het ministerie geeft aan dat de rechtbank een duidelijke uitspraak heeft gedaan, maar niet dat de uitspraak ook gerespecteerd zal worden. Het ministerie geeft wel aan de uitspraak grondig te gaan bestuderen. Of er nog een verdere procedure volgt is op dit moment nog niet zeker.

Voor de hele uitspraak kunt u hier klikken.

Naar boven

 
 
 
 

Half miljard nodig voor aanpassingen Participatiewet

Na de evaluatie van de Participatiewet door het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) moest het ministerie wel met een reactie komen. De kritiek vanuit het SCP op deze wet was vernietigend. In de reactie van het ministerie is direct een motie van kamerlid Raemakers tot uitvoering gebracht. Deze motie had als doel om personen in de bijstand een passend en niet-vrijblijvend aanbod te doen. Door het ministerie is deze motie aangegrepen om de kritiek te pareren, dit komt echter niet tegemoet aan alle tekortkomingen die er volgens het SCP aan de Participatiewet kleven. Wel heeft deze motie geleid tot een wetsvoorstel, dit voorstel heeft tot afgelopen januari in een consultatieronde gestaan.

In een artikel in Binnenlands Bestuur wordt aangegeven dat de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) flink van leer trekt tegen de voorgestelde aanpassingen. Wat hen betreft werkt de verplichte tegenprestatie niet en wordt de beleidsvrijheid die gemeenten nu hebben op dit punt te veel beknot, deze bezwaren zijn principieel van aard. Te meer omdat het SCP in de evaluatie ook al de nodige kanttekeningen plaatst bij de tegenprestatie. Een toevoeging van Ä 500 miljoen aan het gemeentefonds is nodig als het wetsvoorstel in deze vorm wordt ingevoerd, zo schat de VNG. Om de exacte kosten in beeld te brengen pleit de VNG voor een onafhankelijk onderzoek, dat zij gezamenlijk met het ministerie willen uitvoeren. Volgens de VNG zal een klantmanager tot drie keer meer contact moeten hebben met de doelgroep en denken zij ook dat er voor de meer dan 300.000 bijstandsgerechtigden niet overal een tegenprestatie is te vinden.

Naast de VNG is ook Iederin kritisch op de voorgestelde aanpassingen. Zij vinden zelfs dat de voorgestelde wijziging geen doorgang moet vinden. Eerst zullen er goede randvoorwaarden moeten worden geschetst. Zij vinden het wel goed dat er aandacht komt voor persoonlijke aandacht en meer frequent contact. Waar het volgens Iederin knelt is het feit dat er voor personen met een arbeidsbeperking meer nodig is dan een verplichte tegenprestatie, zij hebben ondersteuning op maat nodig. Daarnaast hebben zij zorgen over de gesprekken zelf die gaan plaatsvinden, dit zou moeten gebeuren op basis van gelijkwaardigheid, maar dit wordt onvoldoende gevoeld. Daarom sturen zij aan op, net als binnen de Wmo 2015 gebruikelijk is, onafhankelijke cliŽntondersteuning. En net als de VNG geeft Iederin aan dat van gemeenten niet verwacht kan worden dat ze intensiever aan de slag gaan met de doelgroep, zonder dat hier extra financiŽn voor worden vrijgemaakt.

Naar boven

 
 
 
 

Aanpassingen in Participatiewet 2020

Vrijlating CAF-11 compensatie
Per 1 januari 2020 is er in de Regeling Participatiewet een vrijlating opgenomen ten aanzien van de compensatieregeling horende bij de CAF-11 zaak. In deze zogenaamde Combiteam Aanpak Facilitators (CAF) stond het opsporen van onrechtmatig gebruik van toeslagen centraal. Echter blijkt in zaken die in deze aanpak zijn behandeld dat de Belastingdienst met vooringenomenheid heeft gehandeld en dat de grenzen van handhaving hierbij zijn overschreden. Ouders die door deze aanpak ten onrechte zijn benadeeld worden gecompenseerd vanuit de zogenaamde Compensatieregeling CAF-11. Om inzicht te geven in de omvang van de tegemoetkomingen vanuit deze regeling heeft het ministerie een aantal rekenvoorbeelden verstrekt. In artikel 31 lid 2 onderdeel l Participatiewet is opgenomen dat bij ministeriŽle regeling schadevergoedingen uitgezonderd kunnen worden als middel. Hier maakt het ministerie van Sociale zaken en werkgelegenheid in dit geval gebruik van door artikel 7 van de Regeling Participatiewet uit te breiden.

Invoering Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en Wet zorg en dwang
Met ingang van dit jaar zijn de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet zorg en dwang (Wzd) van kracht geworden. Het gaat in deze wetten om opgelegde zorg, bijvoorbeeld door tussenkomst van een rechter. Omdat in de Participatiewet is opgenomen dat er geen recht op bijstand bestaat wanneer er sprake is van rechtelijke vrijheidsontneming, bestond er altijd een uitzondering op deze bepaling voor personen die gedwongen opgenomen worden. Voor 2020 werden gedwongen opnames uitgevoerd op basis van de Wet bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen (Bopz). De Bopz is vervangen door bovengenoemde wetten, waarbij de Wvggz vooral doelt op psychiatrische ziektebeelden en de Wzd op psychogeriatrische ziektebeelden (als dementie) en verstandelijk beperkten. De wetgever heeft de uitzonderingsbepaling in artikel 13 lid 3 aangepast per 1 januari 2020. De huidige wettekst impliceert dat er zowel sprake moet zijn van een opname op basis van beide wetten, hierdoor lijkt formeel de uitzondering op niemand van toepassing. Dit komt doordat slechts gebruik is gemaakt van het woordje 'en' tussen beide wetten in de wettekst. Er zal in de praktijk echter sprake zijn van een opname op basis van slechts ťťn van deze wetten. Buiten dat geldt dat bij invoering van de Wvggz en de Wzd de uitgesproken machtigingen op basis van de Bopz hun gelding blijven houden, hier is overgangsrecht voor bepaald. In de Participatiewet, voor de uitzonderingsbepaling, is geen rekening gehouden met dit overgangsrecht. Dit impliceert dat per 1 januari 2020 personen die nog op basis van de Bopz zijn opgenomen niet meer voor de uitzondering in aanmerking komen per 1 januari 2020. Beide geschetste situaties kunnen natuurlijk niet de bedoeling zijn, het is echter de vraag of dit nog opgelost gaat worden door de wetgever.

Aanpassingen in studietoeslag
Het kabinet heeft zich voorgenomen om in te grijpen in de studietoeslag. Al sinds de invoering van deze regeling in de Participatiewet zijn geluiden te horen dat de regeling zijn doel niet treft. Zo zijn er grote verschillen waar te nemen in de uitvoering van deze toeslag door gemeenten. Bijvoorbeeld in de hoogte van de toe te kennen bedragen. Eťn van de voornemens is dan ook om een vast bedrag per maand landelijk vast te stellen. Te denken valt aan een hoogte van ongeveer Ä 300,-. Deze aanpassing staat gepland voor 2021. Om de regeling nu beter werkbaar te maken, zodat het makkelijker is voor gemeenten om te bepalen wie er tot de doelgroep behoort, zijn er dit jaar ook al aanpassingen doorgevoerd. Zo is per 1 januari 2020 de afbakening van de doelgroep bepaalt door het feit dat een persoon door een structurele medische beperking tijdens de studie geen inkomsten kan verwerven. Eerder behoorde iemand tot de rechthebbenden als hij niet in staat was tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie had. Door de omschrijving aan te passen hoopt de wetgever de doelgroep beter te kunnen bereiken en het voor de uitvoering eenvoudiger te maken om het recht vast te stellen.

Aanpassingen Bbz
De regeling Bbz 2004 is begin dit jaar aangepast. Door deze aanpassingen is het voor binnenvaartschippers niet meer mogelijk om in toegewezen centrumgemeenten bijstand aan te vragen. Elke schipper dient zich voor een beroep op bijstand te melden in zijn woonplaats, bij gebrek aan een woonplaats zal dit in de feitelijke ligplaats moeten gebeuren. Voor oudere zelfstandigen zonder levensvatbaar bedrijf is het niet meer mogelijk om gebruik te maken van de regeling. Er moet nu ten allen tijden sprake zijn van een levensvatbaar bedrijf, of het moet op korte termijn levensvatbaar kunnen worden, om recht te kunnen hebben op ondersteuning vanuit de Bbz. Gemeenten hebben ook meer financiŽle verantwoordelijkheid gekregen, dit betekent ook dat er geen standaardcompensatie meer is voor in te zetten onderzoeken. Ook mogen gemeenten hun eigen hercontrole- en terugvorderingsbeleid opzetten.

Naar boven

 
 
 
 

Opbrengsten van zonnepanelen niet tot de middelen te rekenen

Volgens het ministerie hoeven personen die recht hebben op bijstand en gebruik maken van zonnepanelen niet te vrezen voor een korting op hun bijstandsuitkering. De Participatiewet heeft een zeer ruim middelenbegrip, dit houdt in dat, behoudens een sluitende lijst van uitzonderingen, de gemeente rekening houdt met de ontvangsten van gelden. In december 2019 zijn er Kamervragen gesteld over de zogenaamde opbrengsten van zonnepanelen. Door zelf stroom op te wekken bespaart de bijstandsgerechtigde op zijn energielasten. Deze opbrengsten werden in de praktijk door gemeenten in mindering gebracht op de bijstand.

Onterecht, geeft staatssecretaris Van Ark aan in een antwoord op deze vragen. Er is wat haar betreft geen aanleiding om de sluitende lijst met uitzonderingen uit te breiden. Zij stelt dat de opbrengsten van zonnepanelen niet als inkomen uitgelegd dienen te worden. Zij leveren primair een besparing op van het energieverbruik en komen daarom niet overeen met het karakter van een inkomen. Er staat geen loonvormende prestatie tegenover. Er wordt ook gevraagd aan het ministerie of het voor andere sociale zekerheidswetten zou kunnen gelden dat het als inkomen wordt aangemerkt. Ook in het Algemeen inkomensbesluit sociale zekerheidswetten (AIB) ziet de staatssecretaris deze ruimte niet.

Naar boven

 
 
 
 

Noodstopprocedure boetes bij problematische schulden

Mensen die door problematische schulden hun boetes niet kunnen betalen, krijgen vanaf 1 april 2020 een adempauze. Minister Dekker van Rechtsbescherming komt met een noodstopprocedure bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). Dit is een uitvloeisel van een motie die de regering opriep om met een dergelijke regeling te komen voor mensen met schulden. De procedure treedt in werking als schuldenaren hun administratieve sancties op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv-boetes) niet kunnen betalen.

De procedure wordt op 1 april 2020 landelijk ingevoerd. Het ministerie van J&V heeft de procedure het afgelopen jaar samen met SZW, CJIB, VNG, Divosa, NVVK (branchevereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren) en de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Eindhoven, Haarlem, Tilburg en Deventer ontwikkeld.

Deze procedure bestaat uit de vijf pijlers:

  1. Mensen die door schulden de boete niet kunnen betalen, en bij wie geen uitzicht bestaat op betaling, kunnen maximaal vier maanden uitstel van betaling krijgen;
  2. Het CJIB schort de inning op en er worden geen nieuwe verhogingen opgelegd;
  3. De schuldenaar meldt zich bij de gemeente/schuldhulpverlening. Op het moment dat schuldhulpverlening wordt gestart, kan de noodstop met acht maanden worden verlengd;
  4. De noodstop kan worden beŽindigd als afspraken niet worden nagekomen;
  5. De geldelijke sanctie van het CJIB wordt na de noodstop (in termijnen) afbetaald, mede afhankelijk van het gekozen schuldhulptraject.

Naar boven

 
 
 
 

Herzieningsopgave inburgering 2021

Zoals inmiddels wel bekend wordt de gemeente vanaf 2021 weer verantwoordelijk voor de uitvoering van de inburgeringswet. Gemeenten moeten zorgen voor een sluitende aanpak waarin nieuwkomers de taal leren, maar ook gaan deelnemen aan de samenleving. Wanneer er ook sprake is van een bijstandsuitkering dan zorgt de gemeente de eerste maanden voor een betaling van alle noodzakelijke bestaanskosten.

Er zijn echter grote zorgen over de haalbaarheid van de opgave. In januari hebben de G4 (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) een brandbrief aan de regering gestuurd. In deze brief roepen de vier verantwoordelijke wethouders de minister op om afspraken te maken over de door hen gesignaleerde knelpunten. De zorgen van de G4 zitten vooral op het budget dat gemeenten krijgen, uit onderzoek dat mede namens het ministerie is gedaan, blijkt er nu onvoldoende budget beschikbaar te zijn gesteld voor de inburgering. De wethouders vinden gezamenlijk dat de gesprekken met de minister over de budgetten nog niet bevredigend zijn. Door de scherp gestelde budgetten lijkt er te weinig ruimte om te komen tot maatwerk voor de inburgeraar en is er te weinig regie voor gemeenten om te pakken. Ook het gegeven dat veel regelgeving nader uitgewerkt wordt in aanvullende besluiten is reden tot zorg. De angst bestaat dat gemeenten door de nadere invulling van de regels nog meer bewegingsruimte kwijt gaan raken.

Behalve de, vooral financiŽle twistpunten, wordt ook verder geschaaft aan de inhoudelijke plannen. Zo heeft het ministerie kenbaar gemaakt dat zij voldoende ruimte ziet om vanaf 2021 personen met een Turkse afkomst ook verplicht in te laten burgeren. Onder het huidige inburgeringsregime zijn zij hier van vrijgesteld door een uitspraak uit 2011 van het Europees Hof.

Naar boven

 
 
 
 

En verder ...

Naar boven


JURISPRUDENTIE

Hieronder volgt een overzicht van recente jurisprudentie op het terrein van de Participatiewet.

Fiscale definitie van inkomen komt niet overeen met de Participatiewet
De gemeente in kwestie heeft een aanvraag om individuele inkomenstoeslag afgewezen. Als afwijzingsgrond wordt door de gemeente gesteld dat niet kan worden bepaald dat over de referteperiode er sprake is van een inkomen dat lager ligt dan inkomensgrens voor deze regeling. Belanghebbenden stellen dat de gemeente gebruik moet maken van het door de Belastingdienst vastgestelde inkomen over de jaren in de referteperiode. Zij stellen dan ook dat de gegevens over de boekhouding voldoende informatie leveren om vast te stellen dat zij wel een inkomen hebben genoten dat lager ligt dan de inkomensgrens. Hier gaat de Centrale Raad niet in mee. Zo stelt de Raad dat er een verschil zit tussen het inkomensbegrip dat in de Participatiewet wordt gehanteerd en het fiscale inkomensbegrip dat door de Belastingdienst wordt gebruikt. Ook wordt in de procedure duidelijk dat belanghebbenden, in de tijd dat zij een onderneming voerden, regelmatig contant geld uit de onderneming haalden. Zij gebruikten dit als handgeld om betalingen mee te doen. Deze opnamens komen niet duidelijk terug in de boekhouding. Hierdoor wordt niet inzichtelijk dat zij voldoen aan de inkomensgrens en heeft de gemeente terecht de aanvraag afgewezen op de gebruikte gronden.

Klik hier voor de uitspraak.

Burger mag vertrouwen op informatie vanuit klantcontactcentrum
Tijdens een contact met het klantcontactcentrum (kcc) in haar gemeente is aan een persoon een mededeling gedaan over de maximaal toegestane duur van zijn verblijf in het buitenland, waarbij haar recht op bijstand blijft bestaan. In dit gesprek is bij belanghebbende aangegeven dat er toestemming verleend wordt om in de periode tussen 23 juni 2017 en 13 september 2017 met behoud van bijstand in het buitenland te verblijven. In werkelijkheid is slechts vier weken toegestaan, zoals ook in een eerder door de gemeente verstuurde brief naar aanleiding van haar schriftelijke verzoek stond. Door de medewerker van het kcc is aan belanghebbende medegedeeld dat er specifiek in haar dossier is gekeken en dat deze langere periode alsnog in een brief wordt bevestigd. Volgens de gemeente is deze toezegging onder voorbehoud gedaan en is de medewerker in kwestie niet bevoegd dergelijke beslissingen te nemen. De Centrale Raad gaat hier niet in mee en haalt een eerdere uitspraak van de Raad van State aan over het vertrouwensbeginsel. In deze uitspraak vindt de Raad dat belanghebbende voldoende vertrouwen mag putten uit de informatie die haar gegeven is tijdens het telefoongesprek. Hierin weegt met name mee dat belanghebbende aan de hand van de uitlatingen mocht afleiden hoe de gemeente een bepaalde bevoegdheid zou gaan uitoefenen. Door een succesvol beroep op het vertrouwensbeginsel worden alle besluiten die verband houden met het te lang verblijf in het buitenland teruggedraaid.

Klik hier voor de uitspraak.

Strafrechtelijke informatie gebruikt bij besluitvorming
In deze zaak buigt de Centrale Raad zich over de vraag of de gemeente inzake had moeten geven in de strafrechtelijke gegevens die zijn gebruikt bij de besluitvorming op een aanvraag. De gemeente heeft via de sociale recherche weet van eerdere fraude met persoonsgebonden budgetten. Haar toenmalig echtgenoot is in verband hiermee veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf. Door de gemeente worden, buiten dat er informatie beschikbaar is van vermogen in het buitenland, gegevens in verband met deze fraude betrokken in de besluitvorming. Het gaat dan om gegevens uit de strafdossiers. Door de behandelend medewerker wordt uit deze stukken geciteerd in de rapportage die bij het besluit hoort, maar de stukken zelf worden niet in het dossier opgenomen. Met succes claimt belanghebbende in hoger beroep dat dit in strijd is met het principe dat in bezwaar inzage gegeven moet worden in alle relevante stukken. Zij had de strafrechtelijke gegevens moeten in kunnen zien. Nu de gemeente de afwijzing ook op het vermogen in het buitenland baseert waar onvoldoende duidelijkheid over is gekomen, blijven alle rechtsgevolgen in stand.

Klik hier voor de uitspraak.

Voldoende grond om op huisbezoek te gaan
Bij de gemeente zijn signalen binnen gekomen dat een bijstandsgerechtigde niet op het door haar opgegeven adres zou verblijven. Zo meldt de plaatselijke milieuservice dat er in een periode van drie maanden geen enkele keer huisvuil is aangeboden en blijkt in een observatieperiode dat overdag de rolluiken telkens dicht blijven en de brievenbus een langere periode niet is geleegd. In beroep bij de rechtbank wordt belanghebbende in gelijk gesteld. Zij is van oordeel dat de gemeente een minder belastend middel had in kunnen zetten om tot een onderzoeksresultaat te komen. Hierdoor zou het huisbezoek onrechtmatig zijn en ook de grondslag voor de intrekking komen te vervallen. Hier kijkt de Raad anders naar, de gemeente tekent namelijk hoger beroep aan. De Centrale Raad ziet geen andere optie voor de gemeente dan op huisbezoek te gaan, omdat er juist gerede twijfel is dat belanghebbende niet op het uitkeringsadres zou verblijven. Zij erkent wel dat een gesprek bij de gemeente minder belastend is, maar stelt dat dit middel niet effectief zou zijn.

Klik hier voor de uitspraak.

Naar boven


Aan de totstandkoming van deze nieuwsbrief is de uiterste zorg besteed. Voor informatie die nochtans onvolledig of onjuist is opgenomen, aanvaarden de auteur(s), redactie en uitgever geen aansprakelijkheid. Voor eventuele verbeteringen van de opgenomen gegevens houden zij zich aanbevolen. Aan de inhoud van deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend. Indien u geen prijs stelt op toezending van deze nieuwsbrief, dan kunt u zich hier afmelden.