Kop
         
 

Editie 6-2018


Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Beroepsopleidingen
die binnenkort van
start gaan:

Opleiding tot
consulent Wmo
2015 / Jeugd
,
start 17 september
Opleiding tot financieel
medewerker
uitkerings-
administratie
,
start 23 oktober
Basisopleiding tot
overheidsmediator
,
start 30 oktober
Basisopleiding tot
bewindvoerder
,
start 8 november

De vakliteratuur
van Langhenkel

Langhenkel geeft diverse
hand- en zakboeken uit,
waaronder:

Praktijkpocket Jeugdwet
Praktijkpocket
Wmo 2015
Zakboek zorg

Daarnaast is de
september 2018 versie
van het Handboek
Participatiewet

beschikbaar en verschijnt
binnenkort de herziene
Praktijkpocket Wet
langdurige zorg
.


Klik hier voor een
overzicht van alle
nieuwsbrieven
van Langhenkel


Klik hier voor een
overzicht van ons
aanbod voor wijkteams


Klik hier voor een
folder met al onze
vaardigheidstrainingen


De gratis
praktijktools
van
Langhenkel


Personele
ondersteuning
nodig?
Mail naar detachering@langhenkel.nl


Opleidingsagenda
Klik hier voor de
opleidingen, cursussen
en trainingen die
binnenkort van start
gaan.

 

Dit is de zesde uitgave van De Langhenkel Nieuwsbrief maatschappelijke ondersteuning in het jaar 2018.
De Langhenkel Nieuwsbrief biedt u een overzicht van nieuwsberichten van de afgelopen periode op het gebied van maatschappelijke ondersteuning.
De nieuwsbrief wordt samengesteld door mr. Stijn van Cleef. Voor opmerkingen of suggesties over deze nieuwsbrief kunt u ons bereiken via opleidingen@langhenkel.nl. Ook als u beschikt over interessante uitspraken die naar uw oordeel dienen te worden opgenomen in de nieuwsbrief, dan vernemen wij graag van u.

Nieuwsbrief ook ontvangen?
De nieuwsbrief wordt verstuurd aan onze medewerkers, klanten en overige belangstellenden. Wilt u daar bij horen? Klik hier.


INHOUDSOPGAVE


NIEUWS

Zorgaanbieder belanghebbende bij invulling besteding persoonsgebonden budget?

De gemeente besluit dat een budgethouder de zorg niet meer bij aanbieder X mag inkopen omdat de zorg van onvoldoende kwaliteit is. Aanbieder X gaat in bezwaar, maar de vraag is of hij belanghebbende is. Voor het zijn van belanghebbende is vereist dat je belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Is dat hier het geval of is het een zogeheten afgeleid belang via de budgethouder?
De Centrale Raad van Beroep vindt het van belang dat deze vraag binnen het bestuursrecht eenduidig wordt beantwoord en heeft daarom besloten om de zaak in de Grote Kamer te behandelen. In deze kamer zijn rechters vertegenwoordigd van alle hoogste rechterlijke instanties in het bestuursrecht. Op 26 september 2018 zal de zitting zijn van deze Kamer.

Klik hier voor het volledige bericht.

Naar boven

Onduidelijkheid over maaltijdondersteuning onwenselijk

Minister De Jonge heeft gereageerd op vragen van de Tweede Kamer naar aanleiding van een uitzending van televisieprogramma De Monitor. In dat programma werd duidelijk dat gemeenten en verzekeraars vragen om maaltijdondersteuning heen en weer sturen omdat er onduidelijkheid bestaat onder welke regeling het valt.
Volgens de minister kan het niet zo zijn dat de cliŽnt hiervan de dupe is en van het kastje naar de muur gestuurd wordt. Betrokken partijen moeten onderling in overleg treden en afstemmen, zodat de cliŽnt weet waar hij of zij aan toe is.

Klik hier voor het hele bericht.

Naar boven

Verschenen publicaties

  • Bestuursrechtelijke herziening en terugvordering Wmo 2015 en Jeugdwet, VNG KCHN, 2018, klik hier.
  • Toegang tot hulpmiddelen voor mensen met een complexe hulpvraag, VNG e.a., 2018, klik hier.

Naar boven


Tijdelijk beschikbaar: heronderzoekers PGB Wmo / Jeugdwet

Van 10 december 2018 tot 28 januari 2019 kunt u tegen een zeer gunstig tarief een beroep doen op onze ervaren heronderzoekers PGB Wmo / Jeugdwet, die tevens zeer goede kennis hebben van de Wlz.

Lopende werkzaamheden of een inventariserende steekproef
Heeft u op dit moment een project lopen of heeft u bij een aantal budgethouders een heronderzoek gepland? Of wilt u misschien een steekproef laten doen, om zo uw controle- en ondersteuningsplannen voor de toekomst verder vorm te geven?

Een heronderzoek betekent ook service verlenen
Op basis van de gesprekken met uw inwoner bij de aanvraag, heeft u een PGB toegekend op grond van de Wmo 2015 en/of de Jeugdwet. Hierbij heeft u zich een oordeel gevormd in welke mate de budgethouder en zijn of haar sociale netwerk het budget kan beheren. Maar lukt dat ook in de praktijk? In het kader van een heronderzoek kunnen door onze medewerkers bijvoorbeeld de volgende zaken worden vastgesteld:

  • Is de administratie op orde?
  • Is de administratie van de gemeente op orde?
  • Zijn of worden zorg, voorzieningen en/of diensten ook daadwerkelijk conform afspraak geleverd?
  • Is de situatie van de budgethouder inmiddels niet gewijzigd, waardoor het pgb niet meer (geheel) voldoet?
  • Kunnen de vertegenwoordiger en/of het sociale netwerk voldoende ondersteuning bieden?
  • Zijn er signalen die wijzen op oneigenlijk gebruik of zelfs fraude?
  • Heeft de budgethouder behoefte aan nadere informatie?

Onze medewerkers kunnen drie onderzoeken per dag verrichten. Na een aantal weken heeft u een goed inzicht of uw PGB-gelden na toekenning doel- en rechtmatig zijn besteed.

Interesse?
Hebt u interesse? Neem dan snel en vrijblijvend contact met ons op.

Irene Weertman-Halfwerk, senior regiomanager
E-mail: iweertman@langhenkel.nl
Telefoon: 06 - 46 75 21 95

Naar boven

JURISPRUDENTIE

Hieronder volgt een overzicht van recente jurisprudentie op het terrein van de Wmo 2015.

Rb Overijssel 3 juli 2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:2309
De zus vult de pgb-verantwoording voor haar broer in en legt dit ter tekening voor aan haar broer terwijl ze weet dat de verantwoording niet strookt met de werkelijkheid. Daarmee is gegeven dat de zus opzettelijk haar medewerking heeft verleend aan fraude en kan ook bij haar worden teruggevorderd.

CRvB 4 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2013
Het college stuurt de ouders van de cliŽnt een brief waarin wordt medegedeeld dat het onderzoek, in verband met het overlijden van cliŽnt, is beŽindigd en dat de melding niet verder zal worden behandeld. Deze brief is geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, aangezien deze brief enkel mededelingen van informatieve aard bevat.

CRvB 11 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2182
Gelet op geschiedenis van de totstandkoming van de Wmo 2015, gaat de rechter er van uit dat een maaltijdvoorziening onder de Wmo 2015 kan worden aangemerkt als een algemeen gebruikelijke dienst die aan het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de weg staat, indien deze dienst beschikbaar is, een passende bijdrage levert aan zelfredzaamheid of participatie en financieel kan worden gedragen. Tafeltje Dekje levert voor de belanghebbende in kwestie een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin zij in staat is tot zelfredzaamheid. De kosten hiervan behoren tot de algemene kosten van het bestaan en zijn niet zodanig dat deze in financiŽle zin niet passend zijn voor een persoon als appellante met haar inkomen.

Rb Limburg 24 juli 2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:7066
Het verstrekken van een tijdelijke maatwerkvoorziening, met het doel het sociale netwerk van eiseres zo uit te breiden, dat daarin langdurig de benodigde ondersteuning wordt verleend, verhoudt zich niet met de in de Wmo 2015 bedoelde eigen mogelijkheden van cliŽnt ten aanzien van een beroep op het sociaal netwerk.

CRvB 22 augustus 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2603
De Wmo 2015 biedt, evenals de oude Wmo deed, ruimte om van burgers te eisen dat zij bij het doen van een aanschaf of bij een verhuizing rekening houden met de al aanwezige beperkingen en de redelijkerwijs te verwachten ontwikkeling hiervan. Er mag echter niet van een burger vereist worden dat hij preventief maatregelen treft en investeringen doet om te voorkomen dat toekomstige onzekere gebeurtenissen in zijn gezondheidstoestand als gevolg van het ouder worden leiden tot een beroep op maatschappelijke ondersteuning.

Rb Gelderland 22 augustus 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:3628
Het is gemeenten toegestaan om via privaatrechtelijke weg onrechtmatig verstrekte pgb-gelden terug te vorderen bij een zorgaanbieder. Daarvoor is echter wel vereist dat de gemeente aantoont dat de zorgaanbieder ook jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld.
Het is een budgethouder niet toegestaan om pgb-gelden te besteden aan huur-/woonlasten. Voor de zorgaanbieder geldt deze beperking niet: als deze op eigen kosten meebetaalt aan woonlasten van cliŽnten is dat niet onrechtmatig.

Naar boven

RECTIFICATIE

In de vorige nieuwsbrief zijn de titels en de omschrijving van twee uitspraken verwisseld. De juiste versie is als volgt:

CRvB 13 juni 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1811
De maximale hoogte van een eigen bijdrage, gebaseerd op de maximale periodebijdrage en de kostprijs van de voorziening, is gebaseerd op een wettelijke grondslag.

Rb Den Haag 14 juni 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:6965
Beschermd wonen is een ondeelbaar pakket. Het inkopen van het onderdeel begeleiding is niet mogelijk. Het systeem van de Wmo 2015 laat niet toe dat een onderdeel van de maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb gebeurt en de rest in zorg in natura.

Naar boven


ARTIKEL

Nieuwe regelgeving voor mediation bij en met de overheid?
Brief schetst toekomst voor buitengerechtelijke geschilbeslechting

In oktober vorig jaar verscheen het regeerakkoord van Rutte III onder het omvattende thema "Vertrouwen in de toekomst". In dat akkoord is de intentie vastgelegd van de regering om het gebruik en inzet van mediation te bevorderen. En dan met name in het civiele en bestuursrechtelijke domein omdat dit een goed alternatief vormt voor een gang naar de rechter. Nu zo'n klein jaar verder komen de eerste contouren naar buiten van een concretisering van dit kabinetsvoornemen. Minister Dekker van Rechtsbescherming legt in een brief aan de Tweede Kamer een fundament neer van zijn beleidsvoornemen.1 De brief vangt aan met het empirisch onderbouwde inzicht dat mensen die zelf tot overeenstemming komen in hun geschil, gunstiger resultaten behalen dan mensen die hun geschil aan een rechter hebben voorgelegd. Maar ook: hun doelen zijn vaker bereikt, de problemen vaker opgelost en afspraken worden vaker nageleefd.2 Het oplossen van geschillen door het bereiken van onderlinge overeenstemming verdient dus de voorkeur, zo schrijft de minister. Een mooi voornemen maar hoe bereik je dat? Immers, geschilbeslechting en/of de vraag hoe om te gaan met vaak sterk tegengestelde belangen, is vaak de 'hoe-vraag' bij complexe maatschappelijke vraagstukken (windmolens, NIMBY-problematiek3 enz.), de aanpak van problematische schulden, problematische echtscheidingen en de geÔntegreerde aanpak in het sociaal domein (een gezin, een plan, een regisseur) etc.

De minister maakt onderscheid tussen drie vormen van buitengerechtelijke geschilbeslechting te weten arbitrage, bindend advies en mediation. Bij mediation is dan strikt genomen eerder sprake van geschiloplossing dan van geschilbeslechting. Dit omdat het woord beslechting de associatie oproept dat een derde 'een knoop doorhakt' over een geschil dat partijen verdeeld houdt. Dat is bij mediation niet het geval. De Minister onderschrijft dat bij mediation partijen zelf de regie houden over de inhoud van de oplossing. Maar daarnaast is verbetering van de verstandhouding tussen partijen ook een belangrijk element en argument. Immers, ieder conflict bestaat uit twee dimensies: een kwestie en een relatie. In een mediation is er niet alleen aandacht voor de juridische elementen, maar ook voor de achterliggende problemen. Daarmee is mediation, zo schrijft de minister, een van de vormen van buitengerechtelijke geschilbeslechting met een grotere kans op een duurzame oplossing waarmee mensen echt geholpen zijn. De minister zet dan ook in op uitbreiding van het gebruik van buitengerechtelijke geschilbeslechting, en meer in het bijzonder mediation. Maar hoe zit het dan met de andere vormen zoals arbitrage en bindend advies?

Recente ontwikkelingen als e-Court4 riepen de vraag op of regulering van buitengerechtelijke geschilbeslechting wenselijk of noodzakelijk is. De Minister heeft daar onderzoek naar laten doen.5 Dat onderzoek komt tot de conclusie dat het inbouwen van meer (wettelijke) waarborgen wel eens tot meer formalisering zou kunnen leiden, wat ten koste gaat van het informele karakter van een buitengerechtelijke geschiloplossing. De minister geeft aan dat voor iedere vorm van buitengerechtelijke geschiloplossing een eigenstandige afweging zal moeten worden gemaakt. Een algemene regel is er niet voor te geven. Toch zet de minister vol in op het bevorderen van mediation als middel tot buitengerechtelijke geschilbeslechting. Ondanks een verregaande professionalisering van het beroep van mediator (eigen opleidingen, kwaliteitseisen, beroepsnormen etc.), blijft het aantal zaken dat landelijk gezien door middel van mediation wordt opgelost stabiel (in 2003 5%, in 2014 nog steeds 5%). Voor de minister onderschrijft dit het belang van het onderzoeken van mogelijkheden tot uitbreiding van de toepassing van mediation. Hij formuleert daartoe vier zogenaamde actielijnen:

  1. Meer en beter toegankelijke informatie over de voor- en nadelen van buitengerechtelijke geschilbeslechting, in het bijzonder mediation;
  2. Mensen moeten zich (online of offline) kunnen wenden tot een neutrale instantie die buitengerechtelijke geschiloplossing adviseert als dit de meest passende oplossing is;
  3. Stimulans om te kiezen voor de snelle, vroegtijdige en eenvoudige route van geschilbeslechting;
  4. Rechtstatelijke waarborgen, waaronder kwaliteitsborging.

Voor zowel arbitrage als bindend advies geldt dat deze vormen van geschilbeslechting al voor een deel in de wet zijn geregeld. Voor zowel bindend advies als mediation geldt dat indien zij leiden tot afspraken, deze worden vastgelegd in een zogenaamde vaststellingsovereenkomst (7:900 BW). Ook voor grensoverschrijdende mediations gelden er wettelijke waarborgen.6 De door de minister geformuleerde actielijnen leveren voor het instrument mediation geen eenduidig antwoord op of er nu juist wel of nu juist geen regelgeving voor mediation moet komen. Er zijn evenveel argumenten voor als tegen. Ambtsvoorganger van der Steur heeft vanuit de visie dat er regelgeving nodig was om te komen tot stimulering van de toepassing van mediation en het bevorderen van de kwaliteit van het beroep van mediator, een conceptwetsvoorstel het licht doen zien.7 8 Daar zijn dusdanig verschillende reacties op ontvangen dat de huidige minister er voor kiest om alleen maatregelen te treffen (lees over te gaan tot regelgeving) als dit ook kan rekenen op een breed draagvlak in het mediation werkveld. Er zal dan ook voortgezet overleg plaatsvinden met de meest relevante actoren (ADR, VMO, MfN e.t.q.). Dit overleg, zo schrijft de minister, wordt mede gevoerd vanuit de wens om zoveel mogelijk te komen tot maatregelen die aansluiten bij de bestaande praktijk van mediation en bij de behoeften en wensen van burgers en bedrijven. Hoe ziet de bestaande (bestuursrechtelijke) praktijk er eigenlijk uit? Om een realistisch beeld hiervan te krijgen, kunnen we te rade gaan bij een recent onderzoek dat (mede) verricht is in opdracht van de Vereniging Mediators Overheid (VMO).9 Het onderzoek vond plaats onder 388 gemeenten waarvan er 161 ook daadwerkelijk gereageerd hebben. Dat is een (ongekend hoge) respons ratio van 41%. Welk beeld komt daaruit naar voren? Voor de duidelijkheid neem ik de bevindingen, en conclusies, van het onderzoek zoveel mogelijk letterlijk over. De informatievoorziening over mediation bij gemeenten blijkt inadequaat. Er zijn geen protocollen voor potentiele conflictsituaties. Slechts in 13% van de gemeenten blijkt een dergelijk protocol voor handen te zijn. (Publieke) Beleidsmediation of -bemiddeling wordt - hoewel 12% van de respondenten er mee bekend is - slechts bij 2% van de gemeenten toegepast. Als we kijken naar de organisatorische ontwikkelingsfase van mediation in de gemeente, dan bevindt mediation zich nog in een pioniersfase. Er zijn vrijwel nergens een institutioneel contactsysteem, casemanagement, protocollen of kwaliteitssystemen. Uiteraard wel voor klacht en bezwaar, maar daar ging het onderzoek niet over. In het geval van informele mediations is er zelden verslaggeving/rapportage. De gemeente bepaalt of mediation ingezet wordt (!). In de helft van de gevallen bepaalt de behandelend ambtenaar dat zelf, zonder dat daar een protocol voor is. De ambtenaar bemiddelt primair zelf, zowel met als zonder overeenkomst. Formele mediation komt nauwelijks voor. Bij de beslissing om een mediation aan te gaan is het afdelingshoofd van het desbetreffende domein dominant. De trigger tot mediation lijkt een bezwaarschrift of klacht te zijn (samen 49%), maar er zijn ook preventieve activiteiten als er een conflict voorzien wordt (17%), voordat (12%) of nadat (13%) de gemeente een besluit neemt/heeft genomen. Men werkt veelal met zogenaamde interne mediators waaronder ook wordt verstaan deelnemers aan een regionale pool van mediators. De gemiddelde capaciteit daarvoor wordt geschat tussen de 0,2 en 0,5 fte op jaarbasis. Externe communicatie over mediation gaat via de gebruikelijke communicatiekanalen (plaatselijke krantje, website, folder). 30% van de gemeenten geeft gťťn informatie over de mogelijkheid van geschillenbeslechting of conflictbeheersing door mediation. De bevindingen leiden tot stevige en sombere conclusies bij de onderzoekers. Gemeenten zitten in de pioniersfase. Pioniersfase van wat eigenlijk? Niet van mediation. Het is moeilijk vol te houden dat de afgelopen jaren serieuze pogingen gedaan zijn mediation te introduceren en daarmee te pionieren bij gemeenten. Is het dan alleen maar kommer en kwel? Nee natuurlijk niet. De onderzoekers constateren dat individuele ambtenaren zich naar eer, geweten en beste kunnen, steeds meer inzetten om conflicten met de omgeving te beheersen. Dat gebeurt met van alles, als het maar geen mediation is Ö.(!) De voorzitter van de VMO hanteert over dit alles als verzuchting: 'er zijn geen pioniersgemeenten maar pioniers bij gemeenten!'

In diezelfde periode is mediation in Nederland helemaal op de kaart gezet, zo schrijven de onderzoekers. De professie heeft zich bijna volledig ontwikkeld. Het kennisdomein ontwikkelt zich steeds verder, er zijn voldoende publicaties van goed niveau, er zijn handboeken, er is een leerstoel. Mediation heeft zijn entree gedaan op universiteiten, faculteiten en (juridische) beroepen en beroepsgroepen. Er zijn opleidingssystemen, klacht en tuchtrecht, CPD/PE systemen, audits. Maar hoe zit dat bij de overheid? De diagnose of een conflict zich leent voor mediation gebeurt - zoals reeds aangegeven - in zeker de helft van de gevallen door de behandelend ambtenaar zelf met soms (13%) een protocol. Die ambtenaar wordt verder ook in staat geacht het probleem zelf met mediationvaardigheden af te handelen. Is dat de slager die zijn eigen vlees keurt? De 'mediation' uitkomst lijkt door de meeste gemeenten niet als bindend te worden gezien (!). Ondertussen gonst het overal van de 'braaftaal' over conflictbeheersing. De informele aanpak (om maar een van de titels te gebruiken) is populair, maar zal op den duur tot grote transparantieproblemen leiden als daar niet zwaar op ontwikkeld wordt. De risico's van willekeur en het onthouden van rechten liggen op de loer. De rechtsbescherming van burgers/bedrijven is op die manier thans m.i. niet (voldoende) gewaarborgd.10
Andere vormen van conflictbeslechting en pogingen klachten en bezwaren te voorkomen - hoe goed ook bedoeld en uitgevoerd door de individuele ambtenaar - zullen m.i. snel uit de informele sfeer gehaald dienen te worden om ernstige risico's te vermijden.

Tot zover de (droeve) bevindingen en conclusies. Waar zou nader overleg met het mediation werkveld voor wat betreft het bestuursrecht nu toe moeten leiden? Wil mediation een plaats krijgen in het bestuursrecht als volwaardig alternatief middel tot geschiloplossing, dan zal een rechtstatelijke waarborging daarvan onvermijdelijk zijn. Het lijkt het enige middel om willekeur voor de burger te voorkomen en om de overheid uit de bestaande 'procedurekramp' te krijgen. Deze nieuwe tijd met een meer horizontale verhouding tussen burger en overheid laat m.i. zien dat oude en bestaande mechanismen en procedures aanvulling behoeven. 'Nieuwe wegen' als mediation blijken inmiddels bewezen effectief. Nu de overheid nog.

Gjalt Schippers,
Staffunctionaris/ADR register mediator,
Langhenkel Opleiding, Training & Advies.

  1. Brief 11 juli 2018 aan de Tweede Kamer inzake Buitengerechtelijke geschilbeslechting en herstelrecht.
  2. M.J. ter Voert & C.M. Klein Haarhuis, Geschilbeslechtingsdelta; Over verloop en afloop van (potentieel) juridische problemen van burgers, 2014, pag. 15.
  3. NIMBY = Not In My Back Yard, term vanuit het Milieurecht die wordt gebruikt bij zgn. wicked problems, iedereen is overtuigd van het gebruik van meer schone energie maar niemand wil een windmolen in zijn achtertuin.
  4. Het gaat om private rechtspraak op grond van artikel 1020 e.v. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (arbitrage) of artikel 7:900 e.v. Burgerlijk Wetboek (bindend advies).
  5. E. Bauw e.a., Rechtstatelijke waarborging van buitengerechtelijke geschiloplossing. BJu. 2018, pag. 132.
  6. Wet implementatie richtlijn 2008/52/EG betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken.
  7. www.internetconsultatie.nl/wetmediation
  8. Zie van dezelfde auteur het eerder gepubliceerde artikel Mediation structureel verankerd bij de overheid, Nieuwe mediationwet samengevat, kansen voor (verdere) effectievere geschilbeslechting in het bestuursrecht.
  9. Onderzoek november 2017 o.l.v. prof dr. Ad Kil (Nyenrode/HAN). Stand van zaken van mediation bij gemeenten. Alles mogelijk zolang het maar geen mediation is. Te downloaden via www.vmo.nl.
  10. Zie het advies 30 mei 2017 Integrale geschilbeslechting in het sociaal domein van de Staatscie. Scheltema.

Naar boven


Opleidingsagenda

We hebben nog enkele plaatsen beschikbaar bij onder andere de volgende cursussen en trainingen:

September

(Start)datum Titel Locatie
17 Cursus de Wet langdurige zorg Ė opfrissing en verdieping (2 dagen) Zwolle
17 Opleiding tot consulent Wmo 2015 / Jeugd (19 dagen) Rosmalen
18 Starterscursus Participatiewet (7 dagen) Zwolle
19 Cursus regelgeving rond jongeren in de bijstand Zwolle
25 Cursus mentorschap en curatele voor bewindvoerders Rosmalen
25 Cursus Participatiewet, Wet maatschappelijke ondersteuning, Jeugdwet en schuldhulpverlening in vogelvlucht Zwolle
26 Cursus gegevensverwerking Wmo 2015 en Jeugdwet voor financieel-administratieve medewerkers Breukelen
26 Cursus wetgeving ruimtelijke ordening Breukelen
26 Workshop bijstand en belastingen Zwolle
27 Actualiteitencursus Wmo 2015 Zwolle

Oktober

(Start)datum Titel Locatie
1 Actualiteitencursus Participatiewet Rosmalen
1 Verdiepingscursus Participatiewet (7 dagen) Rosmalen
17 Cursus indicatiestelling Wlz voor medewerkers van zorgkantoren en -verzekeraars Rosmalen
18 Workshop infographics voor beleidsadviseurs Zwolle
23 Cursus indicatiestelling Wlz door het CIZ voor het sociaal (wijk)team Ė de juiste verwijzing Rosmalen
23 Opleiding tot financieel medewerker uitkeringsadministratie (2-3 weken) Rosmalen of Zwolle
30 Basisopleiding tot overheidsmediator (9 dagen) Rosmalen of Zwolle
30 Cursus bijzondere bijstand en inkomenstoeslag Zwolle
31 Cursus IOAW / IOAZ Rosmalen

November

(Start)datum Titel Locatie
1 Starterscursus voor financieel medewerkers/uitkeringsadministrateurs (3 dagen) Zwolle
5 Cursus mentorschap en curatele voor bewindvoerders Breukelen
6 Cursus inkomensvoorzieningen voor bewindvoerders Zwolle
6 Workshop bijstand en belastingen Rosmalen
8 Basisopleiding tot bewindvoerder (5 dagen) Zwolle
8 Starterscursus bewindvoering in de praktijk (2 dagen) Zwolle
13 Basiscursus Participatiewet voor re-integratieprofessionals (4 dagen) Zwolle
13 Cursus Participatiewet, Wet maatschappelijke ondersteuning, Jeugdwet en schuldhulpverlening in vogelvlucht Rosmalen
22 Cursus arbeidsre-integratie en statushouders (2 dagen) Rosmalen
27 Basiscursus terug- en invordering (3 dagen) Zwolle
27 Verdiepingscursus bijstand en belastingen Rosmalen
28 Cursus beleid maken, beleid schrijven (2 dagen) Breukelen

December

(Start)datum Titel Locatie
6 Cursus de marginale zelfstandige in de Participatiewet Rosmalen
11 Cursus mentorschap en curatele voor bewindvoerders Zwolle

Al onze cursussen kunnen ook bij u in huis (in company) worden verzorgd. Voor meer informatie of een vrijblijvende offerte kunt u ons bereiken via 038 - 46 77 200 of mailt u naar opleidingen@langhenkel.nl.

Naar boven


Aan de totstandkoming van deze nieuwsbrief is de uiterste zorg besteed. Voor informatie die nochtans onvolledig of onjuist is opgenomen, aanvaarden de auteur(s), redactie en uitgever geen aansprakelijkheid. Voor eventuele verbeteringen van de opgenomen gegevens houden zij zich aanbevolen. Aan de inhoud van deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend. Indien u geen prijs stelt op toezending van deze nieuwsbrief, dan kunt u zich hier afmelden.