Kop
         
 
Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Twee nieuwe,
gratis praktijktools
@Langhenkel:


- de Privacywijzer
- de Omgevingswijzer

U kunt ze bestellen
in de shop op onze
website.

We hebben nog
enkele plaatsen
beschikbaar bij de
volgende cursus:


Basiscursus Wet
natuurbescherming,

17 september
in Breukelen

Actualiteitencursus
privacywetgeving:
de Algemene
verordening
gegevens-
bescherming,

27 september
in Rosmalen

Basisopleiding tot
overheidsmediator
(9 dagen),

30 oktober
in Rosmalen
of Zwolle

Al onze cursussen
en trainingen
kunnen in company
worden verzorgd.
Klik hier om direct
een offerte aan
te vragen.
Ons complete
opleidingsaanbod
vindt u hier.


Doe mee met de gratis KennisQuiz Omgevingsrecht.
Zoekt u
medewerkers
Omgevingrecht,
bel (038) 467 72 00
of mail Jan Willem
van der Weerd,
klik hier,
Anne-Claire Obdam,
klik hier of
Ellen Noor Nauta,
klik hier.

Dit is de vierde uitgave van De Langhenkel Nieuwsbrief Omgevingsrecht in het jaar 2018. Onze medewerkers, klanten en overige belangstellenden kunnen zich gratis abonneren op deze nieuwsbrief via www.langhenkel.nl.
De nieuwsbrief zal dan per e-mail worden toegezonden.

De Langhenkel Nieuwsbrief Omgevingsrecht wordt samengesteld door Tim Smit. Voor opmerkingen of suggesties over deze nieuwsbrief kunt u ons bereiken via opleidingen@langhenkel.nl. Ook als u beschikt over interessante uitspraken die naar uw oordeel dienen te worden opgenomen in de nieuwsbrief, dan vernemen wij graag van u.

Kort voordat de zomervakantie voor iedereen is begonnen willen wij u informeren over het laatste nieuws in uw vakgebied. De volgende onderwerpen komen aan bod:

De Raad van State heeft kortgeleden advies uitgebracht over het wetsvoorstel Invoeringswet Omgevingswet en aanverwante AMvB's. Minister Ollengren geeft in haar brief aan de kamer een doorkijk in de verdere uitwerking van het voorstel voor de Invoeringswet. De VNG brengt nieuws over samenwerkende gemeenten in het veld van de Omgevingswet. Sinds kort is er een structuurvisie 'ondergrond' waar wij ook bij stil zullen staan. Bij velen al bekend maar het noemen waard is de afschaffing van de actualiseringsplicht. Tot slot behandelen wij twee uitspraken van de Raad van State.


INHOUDSOPGAVE

NIEUWSBERICHTEN

Advies Raad van State wetsvoorstel Invoeringswet Omgevingswet en Amvb's

Kamerbrief doorkijk verdere uitwerking voorstel Omgevingswet

Samenwerking Best en Veldhoven met Omgevingswet

Structuurvisie Ondergrond

Wet afschaffing actualiseringsplicht


JURISPRUDENTIE

Beoordelingskader Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State

Beheersverordening herleeft niet door intrekking inpassingsplan


NIEUWSBERICHTEN

Advies Raad van State wetsvoorstel Invoeringswet Omgevingswet en Amvb's

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft ťťn advies uitgebracht over een pakket dat bestaat uit het wetsvoorstel Invoeringswet Omgevingswet en vier belangrijke uitvoeringsbesluiten. Deze uitvoeringsbesluiten zijn het Omgevingsbesluit (Ob), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het advies van de Afdeling advisering is op 3 juli 2018 openbaar gemaakt. De Raad van State heeft bepaalde zorgen: zal het stelsel voldoende houvast en gelijkwaardige bescherming (milieu, rechtsposities) bieden? Zullen de lasten van de invoering niet te hoog zijn, vooral voor gemeenten? Het pakket biedt (bewust) bijzonder veel flexibiliteit; in de regels, in de verhoudingen tussen overheden en ook bij de uitvoering. Dat biedt voordelen, maar daardoor wordt ook onzeker of burger, overheid en rechter voldoende houvast hebben en of de bescherming van het milieu en van rechtsposities gelijkwaardig zullen zijn. De balans tussen 'benutten' en 'beschermen' kan daarbij doorslaan naar benutten. Het stelsel is zo ingericht dat het vooral de gemeente is die zal moeten zorgen voor voldoende houvast en gelijkwaardige bescherming. Invoering van het stelsel betekent sowieso al dat gemeenten met veel lasten worden geconfronteerd. Gemeenten kunnen dit misschien niet altijd aan. Daar komt nog bij dat een goede invoering afhankelijk is van een ambitieus ICT-project: het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Dat stelsel zal veel gegevens over de omgeving moeten bevatten en moet ook vergunningprocedures ondersteunen. Alle daarbij betrokken overheden zullen er samen voor moeten zorgen dat deze ruimtelijke databank volledig is en dat de gegevens uniform en gestructureerd worden aangeleverd.

Onafhankelijke evaluatie, begeleiding en extra houvast

De Afdeling advisering benadrukt om binnen de uitgangspunten van het stelsel meer houvast te bieden door:

  • bij het verlenen van ontheffing van een instructieregel extra waarborgen voor transparantie en zorgvuldige afweging op te nemen;
  • de verhouding tussen het projectbesluit en de bepalingen in het omgevingsplan die volgen uit het Bkl (in het bijzonder als het EU-implementatie is) te verduidelijken;
  • de meerwaarde van de mogelijkheid van maatwerk in het Bbl te bezien;
  • een vergunning voor de ruimtelijke aspecten van bouwen op te nemen met de mogelijkheid voor de gemeenteraad om die - als dat verantwoord is - in het omgevingsplan uit te schakelen;
  • bij vergunningvrij bouwen de initiatiefnemer de mogelijkheid te geven een overheidsdocument aan te vragen waaruit blijkt dat de bouw rechtmatig is (conformiteitsverklaring);
  • in het Bbl te voorzien in een toestemmingsbesluit en/of een meldingsplicht bij het treffen van gelijkwaardige maatregelen.

Overige onderwerpen

  • Unierecht: luchtkwaliteit vraagt vaak om aanpak door meerdere overheden gezamenlijk. Duidelijker zou moeten worden hoe dat vorm krijgt en ook hoe voorkomen wordt dat buiten de zogenoemde aandachtsgebieden verslechtering optreedt die in strijd kan komen met de betrokken EU-richtlijn (normopvulling). Voor waterkwaliteit geldt dat een vergunning moet worden geweigerd als sprake is van achteruitgang. 'Rekening houden met' het waterprogramma is een toets die dan niet streng genoeg is omdat het bestuur beoordelingsruimte heeft.
  • Nadeelcompensatie: bij een globaal omgevingsplan is een verschuiving van compensatie van hypothetische schade op het moment van vaststelling van het plan (zoals nu) naar compensatie van concrete schade bij de uitvoering van het omgevingsplan passend. In de mogelijk lange periode tussen de vaststelling van het plan en compensatie ontstaat echter al wel 'schaduwschade' waarvan onduidelijk is of en zo ja hoe die verdisconteerd wordt. Het lijkt daarbij een goed idee bij verkoop vůůr compensatie de schaduwschade vast te compenseren. Omdat verder niet altijd een vergunning nodig is voor de uitvoering van het plan kan onduidelijk zijn wat het schadeveroorzakende moment is.
  • Voorbereidingsprocedure: in afwijking van het normale bestuursrecht kan het bevoegd gezag de zogenoemde uitgebreide procedure niet van toepassing verklaren als de initiatiefnemer dat niet wil. De Afdeling advisering vindt deze afwijking niet evenwichtig vanwege de belangen van (vaak vele) andere belanghebbenden.
  • Lex Certa: zorgplichtbepalingen krijgen een centrale rol in het omgevingsrecht. Daarbij worden begrippen gebruikt die van geval tot geval om invulling vragen zoals "passend", "geschikt", "representatief" en "redelijkerwijs". Ook komt er een 'vangnetbepaling' met een bijzonder ruime reikwijdte. Strafrechtelijke handhaving van dit soort bepalingen staat op gespannen voet met het beginsel dat voorschriften voldoende duidelijk, voorzienbaar en kenbaar moeten zijn om straffend te mogen handhaven.

Bron:

- https://www.raadvanstate.nl - Samenvatting advies Invoeringswet Omgevingswet en uitvoeringsbesluiten

Naar boven


Ministersbrief doorkijk verdere uitwerking voorstel Omgevingswet

In de ministerbrief van begin juli jongstleden, schetst de minister de hoofdlijnen van het Invoeringsbesluit. In het voorjaar van 2019 probeert de minister om het Invoeringsbesluit na de consultatie mede namens de ministers van Economische Zaken en Klimaat, Infrastructuur en Waterstaat, Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit, Onderwijs Cultuur en Wetenschap en Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij de Kamers voor te leggen.

Om de overgang van de oude regels naar het nieuwe omgevingsrecht zo soepel mogelijk te laten verlopen, bevat het Invoeringsbesluit overgangsrecht. Naast het overgangsrecht is de uitwerking van het digitaal stelsel van de Omgevingswet (DSO) een belangrijk onderdeel van de stelselherziening. De juridische uitwerking van het DSO loopt via het Invoeringsspoor en heeft ook bij het Invoeringsbesluit bijzondere aandacht. Tenslotte zullen met het invoeringsspoor ook enkele beleidsvernieuwingen hun beslag krijgen, zoals een nieuwe opzet van de vergunningplicht voor bouwactiviteiten en nadeelcompensatie. Voor deze onderwerpen geldt dat de kaders bij het voorstel voor de Invoeringswet zijn gegeven en dat deze bij Invoeringsbesluit worden uitgewerkt.

I. Intrekken en wijzigen van wetten

Via het Invoeringsbesluit worden meer dan 30 besluiten ingetrokken, omdat ze volledig opgaan in de Omgevingswet. Voorbeelden daarvan zijn het Activiteitenbesluit milieubeheer, het Besluit Omgevingsrecht, het Besluit ruimtelijke ordening en het Bouwbesluit. Daarnaast worden ruim 50 besluiten gewijzigd, om ze aan te laten sluiten op de Omgevingswet. Voorbeelden zijn het Waterbesluit en het Vuurwerkbesluit.

II. Overgangsrecht

a. Regulier overgangsrecht
Het overgangsrecht regelt de overgang van de huidige (of vanuit de Omgevingswet gedacht: de 'oude') wet- en regelgeving naar het nieuwe stelsel onder de Omgevingswet. Het regelt hoe procedures die onder het oude recht zijn gestart, moeten worden afgehandeld, nadat de Omgevingswet in werking is getreden. Dit overgangsrecht krijgt voor het grootste deel zijn beslag in de Invoeringswet Omgevingswet en voor een kleiner deel in het Invoeringsbesluit Omgevingswet.

b. Bruidsschat
De bruidsschat is een bijzondere vorm van overgangsrecht. Als de Omgevingswet in werking treedt, krijgen gemeenten meer mogelijkheden om zelf keuzes te maken en zo de lokale belangen beter af te wegen. Daartoe zal het Rijk een aantal zaken niet meer op rijksniveau regelen maar is invulling daarvan aan lokale overheden. De onderwerpen die opgaan in de bruidsschat kunnen als volgt worden samengevat:

  • Regels over milieubelastende activiteiten die niet langer onder algemene rijksregels vallen. Voorbeelden zijn horeca, recreatie en detailhandel;
  • Regels over de mate van belasting op de omgeving van geluid, geur en trillingen door bedrijfsmatige milieubelastende activiteiten;
  • Regels over het bouwen en gebruik van bouwwerken en terreinen die sterk locatieafhankelijk zijn, zoals kleinschalige hinder en overlast, welstandstoezicht en aansluitplichten op energie- en warmtenetten;
  • Regels over kwalitatieve aspecten van lozingsactiviteiten in de regionale wateren, zoals emissiegrenswaarden voor huishoudelijk afvalwater.

III. Aanpassingen AMvB's

Het gaat om onderwerpen van het wetsvoorstel voor de Invoeringswet die via het Invoeringsbesluit worden uitgewerkt, het omzetten vanuit het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) van de Waddenparagraaf, en om de uitwerking van twee moties, namelijk de motie over de ladder voor duurzame verstedelijking en de motie over routenetwerken.

a. Uitwerking digitaal stelsel Omgevingswet
Tijdens de behandeling van de Omgevingswet in de Tweede Kamer is een amendement van het lid Smaling aangenomen waarmee het 'Digitaal Stelsel Omgevingswet' (DSO) aan de Omgevingswet is toegevoegd. De wettelijke basis van het digitaal stelsel, dat met dit amendement in de Omgevingswet is ingevoegd, wordt via het invoeringsspoor van de Omgevingswet verder uitgewerkt. Het is de ambitie om via het DSO op langere termijn zoveel mogelijk beschikbare informatie, zowel over de van toepassing zijnde wet- en regelgeving op het terrein van het omgevingsrecht, als de gegevens over de fysieke omgevingskwaliteit, begrijpelijk en objectgericht toegankelijk te maken. Ook voorziet het DSO in een loketfunctie voor onder meer aanvragen en meldingen.

b. Nieuwe opzet van de vergunningplicht voor de bouwactiviteit
Bij het aanvragen van een vergunning voor een bouwactiviteit toetst de gemeente aan twee soorten regels: aan de ene kant de technische regels van het bouwwerk en aan de andere kant de ruimtelijke regels zoals die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. Dat is een standaard verplichte werkwijze volgens de huidige regelgeving. Dus als alleen een vergunning nodig is voor een bouwtechnisch element moet een gemeente ook aan het bestemmingsplan toetsen en andersom. Dit zorgt voor meer vergunningplichten dan praktisch gezien noodzakelijk. Daarom heeft de minister gezocht naar regelgeving die beter aansluit bij de behoefte in de praktijk en het aantal vergunningplichten beperkt. Het heeft geleid tot het wetsvoorstel Invoeringswet waarbij deze vergunningplicht gesplitst wordt in een technische vergunning en een ruimtelijke vergunning. De splitsing behoeft nadere uitwerking op besluitniveau. De minister ziet deze uitwerking als volgt voor zich: voor technische bouwkwaliteit blijft op wetsniveau een vergunningplicht bestaan. Hiervoor wil de minister via het Invoeringsbesluit in het Besluit bouwwerken leefomgeving een categorie vergunningplichtige bouwactiviteiten aanwijzen. Door de splitsing zal er minder vergunningplichtig zijn op rijksniveau, omdat de categorie vergunningplichtig ontdaan wordt van ruimtelijke randvoorwaarden.

c. Uitvoering Vergunningverlening, toezicht en handhaving
Met het wetsvoorstel Invoeringswet worden de in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) verankerde afspraken tussen rijk, provincies en gemeenten over vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) beleidsneutraal in het systeem van de Omgevingswet omgezet. De regels vormen de basis voor een landelijk dekkend stelsel van 29 omgevingsdiensten, waar provincies en gemeenten de uitvoering van een aantal VTH-taken onder hebben gebracht, het zogenaamde basistakenpakket. Het basistakenpakket wordt zo beleidsneutraal mogelijk in de systematiek het stelsel van de Omgevingswet omgezet.

d. Nadeelcompensatie
Het wetsvoorstel Invoeringswet introduceert een nieuwe regeling voor nadeelcompensatie. Dit gaat om het vergoeden van schade die ontstaat door nieuwe activiteiten in de leefomgeving toe te staan of juist niet meer mogelijk te maken. De belangrijkste zaken van de regeling voor nadeelcompensatie worden op wetsniveau geregeld, een aantal kleinere punten behoeven nadere uitwerking.

e. Reikwijdte omgevingsplan en verordeningen
De Omgevingswet en het wetsvoorstel voor de Invoeringswet bieden de grondslag om bij besluit gevallen aan te wijzen die wel en niet in het omgevingsplan, de omgevingsverordening en de waterschapsverordening mogen worden geregeld. In het Omgevingsbesluit worden deze gevallen uitgewerkt. De uitwerking vindt plaats in goede samenwerking met de VNG, de Unie van Waterschappen en het IPO.

f. Waddenzee en Waddengebied
De Gebiedsagenda Wadden 2050 is nog niet gereed, daarom wordt het huidige beleid neutraal omgezet naar het Besluit kwaliteit leefomgeving. Hiermee wordt de bescherming van de landschappelijke kernkwaliteiten en het kenmerkend cultureel erfgoed van de Waddenzee gecontinueerd.

g. Ladder voor duurzame verstedelijking
Deze in 2017 al gewijzigde ladder wordt via het Invoeringsbesluit beleidsneutraal ingebouwd in het Besluit kwaliteit leefomgeving.

h. Recreatieve routenetwerken voor fietsen en wandelen
In overleg met het IPO, de VNG en de Stichting Wandelnet wordt gewerkt aan een instructieregel voor het omgevingsplan, die aan deze lijn invulling aan geeft.

i. Monitoring decentrale omgevingswaarden
Voor de uitvoering van de motie Veldman «egerek is in het wetsvoorstel Invoeringswet een grondslag opgenomen om bij AMvB regels te kunnen stellen over de methoden van monitoring van decentrale omgevingswaarden. Aan het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt vervolgens een bepaling toegevoegd die zorgt dat decentrale omgevingswaarden met dezelfde methoden moeten worden gemonitord als die het Rijk hanteert.

IV. Wijzigingen bestaand recht

Het betreft onder meer de inbouw van wijzigingen van bestaand recht ter implementatie van Europese richtlijnen. Het gaat om 1) wijziging van de Activiteitenregeling in verband met de implementatie van de Richtlijn middelgrote stookinstallaties en 2) de wijziging van het Activiteitenbesluit milieubeheer in verband met de vermindering van emissies van gewasbeschermingsmiddelen in de glastuinbouw en open teelten.

Bron:

- https://www.omgevingsweb.nl - Hoofdlijnen ontwerp Invoeringsbesluit Omgevingswet

Naar boven


Best en Veldhoven werken samen aan de Omgevingswet

Volgens de VNG levert samenwerking tussen gemeenten veel voordelen op. De gemeenten Best en Veldhoven doen de invoering van de Omgevingswet samen. De gemeenten inspireren elkaar, gebruiken wederzijds leerervaringen uit pilots en ze hoeven elk maar de helft van de manuren te investeren.

Ruimtemissies

De eerste fase van de invoering van de Omgevingswet is in Best en Veldhoven achter de rug. De gemeenteraden hebben de kernboodschap 'Samen ruimte maken'. Daarin staan vijf 'Ruimtemissies' (bouwstenen) benoemd: Ruimte maken, Ruimte geven, Ruimte voor verandering, Speelruimte en Ruimte delen.

De tweede fase betreft de uitvoering. In deze zijn de kernboodschap en de keuzes gebruikt om het project verder uit te werken.

Voordelen van de samenwerking kunnen als volgt worden samengevat:

  • snel de inhoud van alle relevante wet- en regelgeving doorgronden;
  • gezamenlijke bijeenkomsten zijn efficiŽnter;
  • kosten delen;
  • leren van elkaar en met elkaar;
  • delen van ervaringen en vernieuwende ideeŽn;
  • sluit aan bij geest van de Omgevingswet: meer regionale samenwerking;
  • sluit aan bij de samenwerkingsafspraken van Best en Veldhoven en zij grijpen de kans om niet alleen ambtelijk maar ook bestuurlijk nauwer samen te werken.

Bronnen:

- https://vng.nl - Best en Veldhoven doen de Omgevingswet samen en dat werkt!
- https://praktijkvoorbeelden.vng.nl - Praktijkvoorbeelden Implementatie Omgevingswet

Naar boven


Structuurvisie Ondergrond

De structuurvisie richt zich op duurzaam, veilig en efficiŽnt gebruik van bodem en ondergrond waarbij benutten en beschermen met elkaar in balans zijn. Het is een gezamenlijke visie van de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Met de Structuurvisie Ondergrond geeft het kabinet zijn visie op duurzaam, veilig en efficiŽnt gebruik van de ondergrond, waarbij beschermen en benutten met elkaar in balans zijn. De Structuurvisie Ondergrond geeft het strategische nationale ruimtelijke beleid voor toekomstig gebruik van de ondergrond. In deze structuurvisie zijn de beleidsopgaven uitgewerkt die betrekking hebben op de nationale belangen 'drinkwatervoorziening' en 'mijnbouwactiviteiten'. Dit is de eerste keer dat op nationaal niveau ruimtelijk beleid voor de ondergrond is opgesteld. Ook op mondiaal niveau is dit een primeur. De belangrijkste elementen van de Structuurvisie zijn onderverdeeld in de volgende zes categorieŽn:

  • veel aandacht voor veiligheid en het tijdig betrekken van de omgeving bij nieuwe activiteiten in de ondergrond;
  • provincies hebben het voortouw bij het aanwijzen van gebieden voor drinkwaterwinning;
  • in deze kabinetsperiode geen opsporingsvergunningen voor nieuwe gasvelden op land (aardgaswinning uit bestaande kleine velden is nog enige tijd nodig);
  • zoveel mogelijk benutten van potenties voor geothermie;
  • de winning van schaliegas wordt uitgesloten, ook na deze kabinetsperiode;
  • CO2-opslag op zee. Nu geen CO2-opslag op land, wel mogelijkheden op land onderzoeken.

Bronnen:

- https://www.rijksoverheid.nl - Structuurvisie Ondergrond - in het kort
- https://www.rijksoverheid.nl - Kamerbrief bij aanbieding Structuurvisie Ondergrond

Naar boven


Wet afschaffing actualiseringsplicht

Per 1 juli 2018 is de Wet afschaffing actualiseringsplicht bestemmingsplannen van kracht. Vooruitlopend op de Omgevingswet regelt deze wet de afschaffing van de actualiseringsplicht voor een groot deel van de bestemmingsplannen en beheersverordeningen. Gemeenten kunnen de beschikbare middelen die vrijkomen inzetten voor het nieuwe omgevingsplan. Daarmee biedt de wet gemeenten een mooie kans om de aandacht te focussen op de transitie naar de Omgevingswet. De wet komt tegemoet aan wensen uit de gemeentelijke praktijk en is in nauw overleg met de VNG voorbereid. De Eerste en Tweede Kamer hebben de wet als hamerstuk aangenomen.

Bron:

- http://www.kenniscentrumomgevingswet.nl - Wet afschaffing actualiseringsplicht bestemmingsplannen per 1 juli van kracht

Naar boven


JURISPRUDENTIE

Beoordelingskader Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State

Het inpassingsplan 'Windpark Frysl‚n' blijft in stand. De bezwaren tegen zowel het inpassingsplan van de toenmalige ministers van Economische Zaken en Infrastructuur en Milieu als de bijbehorende besluiten die het windpark mogelijk maken, zijn ongegrond.

Onderzoeken
Uit onderzoeken blijkt volgens de Afdeling dat het windpark "de gebruiksmogelijkheden van het IJsselmeer naar verwachting niet verslechtert" en daarom geen "relevante effecten zal hebben op het toerisme en de werkgelegenheid". Daarnaast blijkt ook dat de gevolgen van het windpark op de windcondities voor de kust van Makkum naar verwachting beperkt zijn, aldus de hoogste bestuursrechter.

Natuur
De bezwaarmakers vrezen daarnaast dat het windpark het Natura 2000-gebied IJsselmeer en de daar aanwezige vogels, vissen en vleermuizen aantast. Maar naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak hebben de ministers de zekerheid verkregen dat de 'natuurlijke kenmerken' van het gebied niet zullen worden aangetast door het windpark. Er is voldoende onderzoek gedaan naar de gevolgen van de komst van het windpark voor de natuurwaarden en de dieren die in en rond het IJsselmeer leven.

De taak van de bestuursrechter
De Afdeling bestuursrechtspraak legt in de uitspraak uit op welke manier zij het besluit van de ministers mag beoordelen. Zij kan daarbij niet haar eigen oordeel in de plaats stellen van dat van de ministers. Zij zou zich dan op het politieke vlak begeven, terwijl het de ministers zijn die over hun besluit verantwoording moeten afleggen aan de Tweede en Eerste Kamer. De taak van de Afdeling bestuursrechtspraak is om te beoordelen of het besluit rechtmatig is, "berust op voldoende kennis over de relevante feiten en belangen" en goed is gemotiveerd. Ook moeten de nadelige gevolgen van het besluit in verhouding zijn met het doel van het besluit. In dit geval is aan die criteria voldaan.

Bron:

- https://www.raadvanstate.nl - Uitspraak 201608248/1/R6

Naar boven


Beheersverordening herleeft niet door intrekking inpassingsplan

De Afdeling stelt vast dat in het inpassingsplan ter plaatse van het perceel Pluisbergweg 5 te Meerlo geen dubbelbestemming "Waterstaat - Waterkering" is opgenomen. Dit betekent dat naast het inpassingsplan geen sprake is van uit bestemmingsplannen, dan wel beheersverordeningen, voortvloeiende onderliggende bestemmingen. Uit artikel 31, lid 31.2.1, van de planregels van het inpassingsplan in samenhang bezien met artikel 3.26, derde lid, van de Wro, volgt dan ook naar het oordeel van de Afdeling dat de op grond van de beheersverordening "Buitengebied Meerlo" geldende bestemming voor het perceel Pluisbergweg 5 en de daarbij behorende voorschriften hun werking hebben verloren.

De Wro gaat ervan uit dat het bevoegd gezag een planologisch regime voor gronden alleen door expliciete vaststelling kan laten gelden. Uit het oogpunt van rechtszekerheid kleven er immers bezwaren aan dat een planologisch regime dat op enig moment is vervangen door een nieuw - onherroepelijk geworden - planologisch regime, door de enkele intrekking van dit nieuwe regime weer komt te herleven. Met het onherroepelijk worden van dat nieuwe planologische regime was het oude regime namelijk komen te vervallen en bestaat het niet meer. Anders ligt dit bij een vernietiging door de Afdeling van een nog niet onherroepelijk geworden bestemmings- of inpassingsplan, in welk geval betrokkenen er op bedacht dienen te zijn dat het oude planologische regime nog kan herleven. Voor zover provinciale staten hebben verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 1 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:243, waarin is overwogen dat als gevolg van de intrekking van een bestemmingsplan door de raad het daarvoor geldende bestemmingsplan is komen te herleven, overweegt de Afdeling dat het in die zaak ging om de intrekking van een bestemmingsplan hangende de beroepsprocedure tegen dat bestemmingsplan, welk bestemmingsplan derhalve - anders dan in de onderhavige zaak - nog niet onherroepelijk was.

Het voorgaande betekent dat - anders dan provinciale staten hebben beoogd - de voorheen geldende beheersverordening voor het perceel Pluisbergweg 5 niet kan komen te herleven met de intrekking van het inpassingsplan. Provinciale staten hadden voor dit perceel een inpassingsplan moeten vaststellen met de gebruiks- en bouwmogelijkheden uit de beheersverordening die zij ter plaatse planologisch aanvaardbaar vinden.

Bron:

- https://linkeddata.overheid.nl - ECLI:NL:RVS:2018:1848 - Raad van State, 06-06-2018 / 201800541/1/R6

Naar boven


Aan de totstandkoming van deze nieuwsbrief is de uiterste zorg besteed. Voor informatie die nochtans onvolledig of onjuist is opgenomen, aanvaarden de auteur(s), redactie en uitgever geen aansprakelijkheid. Voor eventuele verbeteringen van de opgenomen gegevens houden zij zich aanbevolen. Aan de inhoud van deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend. Indien u geen prijs stelt op toezending van deze nieuwsbrief, dan kunt u zich hier afmelden.