Kop
         
 

Editie 2-2019


Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Vers van de pers

Handboek
Participatiewet
,
editie februari 2019

Handboek
Uitkeringsberekening
2019

Zakboek bijstand
en belastingen
2019


Nieuw: folder Mediation
en beleidsbemiddeling
in het publieke domein
.
Met opleidingen en
trainingen, implementatie-
trajecten, de inzet van
mediators en beleids-
bemiddelaars en nog
veel meer ...


Gratis schema's mediation
Nieuw: gratis schema's
mediation en
beleidsbemiddeling, klik
hier om ze te downloaden.


We hebben nog
enkele plaatsen
beschikbaar bij
onder andere de
volgende cursussen
en trainingen:

Starterscursus Wmo
2015
, start 18 maart in
Rosmalen

Basiscursus
Participatiewet voor
re-integratie-
professionals
,
start 21 maart in Rosmalen

Verdiepings-
en actualiteiten-
cursus terugvordering
,
1 april in Zwolle

Opleiding tot
kwaliteitsmedewerker
sociaal domein
,
start 4 april in Zwolle

Opleiding tot
re-integratieprofessional
,
start 16 april in
Zwolle/Rosmalen/Utrecht

Cursus Participatiewet,
Wet maatschappelijke
ondersteuning,
Jeugdwet en
schuldhulpverlening
in vogelvlucht
,
17 april in Zwolle

Cursus voorliggende
voorzieningen
,
17 april in Rosmalen

Opfriscursus brutering
en voorlopige teruggaven
,
17 april in Zwolle

Cursus de Wet
langdurige zorg –
opfrissing en verdieping
,
18 april in Rosmalen

Cursus mentorschap
en curatele voor
bewindvoerders
,
start 18 april in Rosmalen

Opleiding tot
consulent werk &
inkomen
, start 23 april
in Zwolle/Rosmalen/
Utrecht

Opleiding tot
consulent Wmo 2015 /
Jeugd
, start 6 mei in
Zwolle/Rosmalen/Utrecht

Actualiteitencursus
uitkeringsberekening
Participatiewet
,
8 mei in Breukelen

Cursus arbeids-
re-integratie en
statushouders
,
start 8 mei in Breukelen

Cursus juridische
mogelijkheden
rondom de
bestrijding van
woonoverlast
,
8 mei in zwolle

Basiscursus terug-
en invordering
,
start 15 mei in Breukelen

Cursus verhaal –
berekening van de
onderhoudsbijdrage
,
start 21 mei in Rosmalen

Starterscursus
voor financieel
medewerkers/uitkerings-
administrateurs
,
start 21 mei in Zwolle

Workshop bijstand
en belastingen
,
4 juni in Zwolle

Cursus gegevens-
verwerking Wmo
2015 en Jeugdwet
voor financieel-
administratieve
medewerkers
,
5 juni in Zwolle

Cursus mentorschap
en curatele voor
bewindvoerders
,
start 13 juni in Zwolle

Cursus Besluit
bijstandverlening
zelfstandigen 2004
,
start 17 juni in Breukelen

Training psychische kwetsbaarheden en persoonlijkheidsstijlen,
start 25 juni in Rosmalen

In company maatwerk
Ons gehele opleidings-
aanbod kan ook in
company en op maat
worden verzorgd. Voor
meer informatie of een
vrijblijvende offerte
mailt u naar
opleidingen@langhenkel.nl
Personele
ondersteuning
nodig?
Mail naar detachering@langhenkel.nl


 

Dit is de tweede uitgave van De Langhenkel Nieuwsbrief werk & inkomen in het jaar 2019.

Deze nieuwsbrief wordt samengesteld door Robin Hutten, staffunctionaris en docent bij Langhenkel Opleiding, Training & Advies. Voor opmerkingen of suggesties over de Langhenkel Nieuwsbrief kunt u Robin bereiken via telefoonnummer 06 - 5575 14 98 en 038 - 467 72 00 of per e-mail: rhutten@langhenkel.nl. Ook als u beschikt over interessante uitspraken die naar uw oordeel dienen te worden opgenomen in de nieuwsbrief, dan vernemen wij graag van u.

Nieuwsbrief ook ontvangen?
De nieuwsbrief wordt verstuurd aan onze medewerkers, klanten en overige belangstellenden. Wilt u daar bij horen? Klik hier.


INHOUDSOPGAVE

NIEUWSBERICHTEN

Beroepsopleidingen die binnenkort van start gaan

Centrale Raad van Beroep geeft vuistregels voor herziening boetes

Waarschuwing voor 205 gemeenten om beveiliging Suwinet

Berenschot doet onderzoek naar beschut werk

Meer aandacht voor werkende armen

Internetconsultatie over aanpassingen Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004

Visiedocument schuldenproblematiek en rechtspraak en internetconsultatie uitwisseling persoonsgegevens Wet gemeentelijke schuldhulpverlening

Voortgang herziening inburgeringsstelsel

Motie studietoeslag

En verder ...

JURISPRUDENTIE, lees verder

Beroepsopleidingen die binnenkort van start gaan:

NB. Zowel de Opleiding tot consulent werk & inkomen als de Opleiding tot consulent Wmo 2015 / Jeugd hebben wij recent ingekort en goedkoper gemaakt.

Daarnaast beginnen binnenkort de:


NIEUWSBERICHTEN

Centrale Raad van Beroep geeft vuistregels voor herziening boetes

Het in 2013 in de bijstandswetgeving ingevoerde boetestelsel is enige tijd geleden door de Centrale Raad van Beroep met een uitspraak van 24 november 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:3754) op de helling komen te staan (zie onze nieuwsbrief 01-2015). Deze uitspraak bleek voor de regering voldoende om de wetgeving omtrent het opleggen van bestuurlijke boetes bij het schenden van de inlichtingenplicht binnen de gehele sociale zekerheid een flinke herziening te geven. Omdat het schortte aan evenredigheid binnen het regime vanaf 1 januari 2013 is er per 1 januari 2017 een flinke nuance gekomen in wetgeving. In een drietal recente uitspraken van de Centrale Raad over zaken die bij het UWV speelden, legt zij duidelijke vuistregels vast voor het herzien van eerder opgelegde (en in rechte vaststaande) boetes. Het kan wat de Raad namelijk niet zo zijn dat besluiten, die zijn gebaseerd op een regime waar fundamentele gebreken aan kleven, die ook door de wetgever zijn onderkend en hebben geleid tot een lichter regime, niet worden herzien. Wanneer er geen oog is voor de verstrekkende gevolgen van deze besluiten en dit niet wordt meegewogen, is het niet herzien van dergelijke zaken volgens de Raad evident onredelijk.

Bij gebrek aan wettelijke regels en beleid om herzieningsverzoeken van dergelijke vaststaande boetes te beoordelen, heeft de Raad nu zelf uitgangspunten geformuleerd. Er wordt daarbij een onderscheid gemaakt tussen boetes die op het moment van het herzieningsverzoek al zijn afbetaald en boetes die nog niet zijn afbetaald. Als de boete op dat moment al helemaal is betaald, hoeft het UWV de boete niet te herzien. Dit is alleen anders als de boete hoger is dan de maximale boete die de strafrechter zou hebben opgelegd. Als dat zo is dan moet het UWV de boete herzien naar deze maximale boete.

Als de boete nog niet (helemaal) is betaald, dan moet het UWV de herzieningsverzoeken inhoudelijk beoordelen en herzien. De Raad geeft ook vuistregels voor deze beoordeling. In deze situatie is het afwijzen van een herzieningsverzoek evident onredelijk en is een beperkte herziening van het boetebedrag aangewezen. Daartoe dienen de mate van verwijtbaarheid, het daaraan te relateren percentage van het oorspronkelijke boetebedrag en het toepasselijke strafmaximum van artikel 23, vierde lid, Sr te worden bepaald.

Blijkt dan dat:

  1. ten tijde van het herzieningsverzoek al meer op de boete is afgelost dan het bedrag dat verschuldigd zou zijn geweest als 75% van het boetebedrag bij grove schuld, 50% van het boetebedrag bij normale verwijtbaarheid of 25% van het boetebedrag bij verminderde verwijtbaarheid in aanmerking was genomen, dan is verlaging van het boetebedrag tot het ten tijde van het herzieningsverzoek afgeloste bedrag aangewezen. Als het op dat moment afgeloste bedrag hoger is dan het bedrag dat de strafrechter bij aanvang van de overtreding op grond van artikel 23, vierde lid, Sr maximaal had kunnen opleggen, dan is verlaging van het boetebedrag tot dat maximumbedrag aangewezen;
  2. ten tijde van het herzieningsverzoek minder op de boete is afgelost dan het bedrag dat verschuldigd zou zijn geweest als 75% van het boetebedrag bij grove schuld, 50% van het boetebedrag bij normale verwijtbaarheid of 25% van het boetebedrag bij verminderde verwijtbaarheid in aanmerking was genomen, dan is verlaging van het boetebedrag tot 75%, onderscheidenlijk 50% of 25% van het boetebedrag aangewezen. Als deze uitkomst het boetebedrag hoger is dan het bedrag dat de strafrechter bij aanvang van de overtreding op grond van artikel 23, vierde lid, Sr maximaal had kunnen opleggen, dan is verlaging van het boetebedrag tot dat maximumbedrag aangewezen.

Nu gemeenten onder exact hetzelfde regime met fundamentele gebreken hebben gewerkt als het UWV, hebben deze uitspraken van de Centrale Raad ook consequenties voor gemeenten die te maken hebben (gehad) met dergelijke herzieningsverzoeken.

ECLI:NL:CRVB:2019:659
ECLI:NL:CRVB:2019:660
ECLI:NL:CRVB:2019:661

Naar boven

Waarschuwing voor 205 gemeenten om beveiliging Suwinet

Na de ophef over de beveiliging van Suwinet in de jaren 2015 en 2016, een webapplicatie waar gemeenten informatie kunnen ophalen ten behoeve van de rechtmatigheid van de Participatiewet, zijn de veiligheidsvoorschriften aangescherpt. Over de problemen die er destijds waren omtrent de beveiliging van Suwinet is verschillende malen door ons geschreven in de nieuwsbrief (zie onder andere hier en hier). Uit de laatste gegevens bleek dat alle gemeenten voldeden aan de gestelde veiligheidsnormen, in de oude structuur betrof dit een aantal van zeven kritieke normen. Nu deze voorschriften zijn aangescherpt, zijn elf van dergelijke normen bepaald. Een eerste beeld van eind 2017 levert op dat gemeenten moeite hebben om deze normen na te leven. Van de 388 gemeenten eind 2017 zijn er 205 die niet aan alle normen voldoen. Dit betreft meer dan helft.

Aan de hand van deze resultaten hebben al deze gemeenten een waarschuwing gekregen met daarin de verplichting opgenomen om de afwijkingen op te lossen. Bij 63 gemeenten (16,2%) blijkt dat zij 4 of meer afwijkingen hebben. Wanneer gemeenten binnen de door het ministerie opgelegde termijn hun zaken niet op orde brengen, volgt er een formele aanwijzing. Op termijn zou het zelfs kunnen zijn dat een gemeente zijn aansluiting op Suwinet verliest. Een en ander is in lijn met het escalatieprotocol dat is opgesteld naar aanleiding van de problemen van een aantal jaren terug.

Inmiddels is ook de Tweede Kamer door het ministerie op de hoogte gebracht van deze resultaten. De kamerbrief over dit onderwerp vindt u hier.

Naar boven

Berenschot doet onderzoek naar beschut werk

In de kamerbrief over Simpel Switchen schreef staatssecretaris Van Ark al dat ze voornemens was een onderzoek in te stellen naar beschut werk. Het gaat dan vooral om de organisatie van dergelijke werkplekken bij reguliere werkgevers. Bij het ministerie is door enkele gemeenten namelijk gemeld dat er werkgevers zijn die een drempel voelen om een werknemer aan te nemen uit de doelgroep beschut werk. Zij zijn bang dat deze persoon niet meetelt in de banenafspraak. Het ministerie heeft graag een breder beeld op dit punt. Bureau Berenschot heeft gemeenten verzameld die mee willen doen aan dit onderzoek, het gaat dan om gemeenten die beschut werk willen organiseren bij reguliere werkgevers.

Om in de doelgroep beschut werk te vallen beoordeelt het UWV of de arbeidsbeperking van een persoon in die mate aanwezig is dat het van een reguliere werkgever redelijkerwijs niet verwacht kan worden dat deze een werkplek beschikbaar stelt. Enerzijds speelt de begeleiding een rol in de beoordeling en de vraag of deze dermate hoog is dat een reguliere werkgever dit normaliter niet kan leveren, en een zelfde beoordeling geldt voor de aanpassingen aan de werkplek. Evengoed betekent dit niet dat reguliere werkgevers niet betrokken kunnen worden bij het realiseren van de werkplekken voor beschut werk. Immers, personen die in aanmerking komen voor beschut werk zijn met de juiste begeleiding en op de juiste werkplek in staat tot loonvormende arbeid. Het staat gemeenten vrij om op hun eigen wijze beschut werk vorm te geven.

Wanneer de rapportage van Berenschot verwacht kan worden over dit punt is nog niet duidelijk.

Naar boven

Meer aandacht voor werkende armen

Afgelopen najaar concludeerde het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) al dat het aantal werkende armen in Nederland aan het toenemen is. Dit onderwerp lijkt in de politiek en in de media de afgelopen maanden meer en meer aandacht te krijgen. Met werkende armen worden werknemers bedoeld die door hun salaris in een zogenaamde armoedeval terecht komen. Het SCP bakent het begrip af op grond van het zogenaamde 'niet-veel-maar-toereikend-criterium', concreet gaat het om een bedrag dat netto een fractie boven bijstandsniveau ligt. Volgens het SCP waren er in 2014, toen de laatste meting was, ongeveer 320.000 werkende armen.

Het SCP stelt vast dat gemeenten weinig aandacht aan deze doelgroep schenken in hun beleid. Gemeenten geven op dit punt aan dat het voor hen een lastige doelgroep is om te bereiken, ook denken gemeenten dat er voldoende inkomens- en werkvoorzieningen zijn om deze armoede tegen te gaan. Evengoed stelt het SCP dat er weinig zicht is op de effectiviteit van het gemeentelijk armoedebeleid voor werkende armen, omdat het ontbreekt aan systematische metingen.

De politiek is met dit onderwerp aan de slag gegaan. Zo wordt vanuit de oppositie in de Tweede Kamer geprobeerd de problematiek van werkende armen duidelijker onder de aandacht te brengen van het kabinet. Door de SP Tweede Kamerfractie is een portrettenboek met deze doelgroep als onderwerp aan staatssecretaris Van Ark aangeboden. Volgens de begeleidende informatie werken op dit moment meer dan een half miljoen mensen tegen het minimumloon. Het lijkt er op dat het hanteren van dit begrip niet helemaal overeenkomt met de definitie van het SCP.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) stuurde recent ook aan op maatregelen die genomen moeten worden voor deze doelgroep. De VNG hanteert het aantal dat eerder door het SCP is vastgesteld en heeft het dus over 320.000 werkende armen. Door de VNG wordt gesteld dat niet alleen naar de inkomenskant van het vraagstuk gekeken dient te worden, maar dat de lastenkant ook aandacht verdient. Zo wijst de VNG op het belang van een betaalbare energietransitie, goede gezondheidszorg en een noodzaak om voldoende betaalbare woning bij te bouwen. Meer inkomenszekerheid moet bereikt worden door een betere inkomensverrekening met bijstandsuitkeringen. Ook moet volgens de VNG het cao-loon, zeker voor de lagere en middeninkomens, meestijgen met de inflatie. Een sterke vereenvoudiging van het toeslagenstelsel en minimaregelingen worden ook als oplossingen genoemd, evenals het verbeteren van de rijksincasso. Ook roept de VNG op tot goed werkgeverschap, meer baanzekerheid en goede secundaire arbeidsvoorwaarden zijn hierbij cruciaal.

Om een beter beeld te krijgen van de doelgroep vragen gemeenten om een gezamenlijke actie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Centraal Planbureau (CPB) en het SCP. Op deze manier wordt een gerichte aanpak ook mogelijk. Om de doelgroep goed aan te leveren aan gemeenten en de informatie omtrent deze doelgroep goed te verwerken, wordt ook een wetswijzing van de Participatiewet voorgesteld. Gegevens mogen namelijk (enkel) worden verwerkt wanneer hiervoor een wettelijke grondslag voor is en zonder die grondslag is het moeilijk om deze doelgroep te bereiken.

In het najaar heeft het kabinet al laten weten, in een reactie op het SCP-rapport en kamervragen van Gijs van Dijk, dat de belasting op arbeid al is aangepast en ook dat er een wijziging in de toeslagensystematiek aanstaande is. Andere maatregelen werden toen nog van de hand gewezen. Wat het kabinet nu gaat doen met de oproep van de VNG en de politieke aandacht is nog niet duidelijk, de Tweede Kamercommissie SZW heeft over dit onderwerp op 7 maart 2019 een rondetafelgesprek gehouden.

Naar boven

Internetconsultatie over aanpassingen Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004

Op 26 februari jl. is er een consultatie geopend om een aantal wijzigingen aan het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) voor te leggen. Met aanpassingen van de regels in dit besluit beoogt het kabinet een meer gelijke behandeling van startende en gevestigde zelfstandigen te bereiken. Ook moeten de uitvoeringsregels van het Bbz worden vereenvoudigd en wordt een besparing op de uitvoeringskosten beoogd.

Een van de voorgenomen wijzigingen betreft dat de huidige systematiek van centrumgemeenten voor binnenvaartschippers wordt afgeschaft en vervangen wordt door het bieden van een aanvraagmogelijkheid in de woongemeente van de binnenschipper. Het doel is om dit per 1 januari 2020 door te voeren. Dit heeft vooral met een normalisatie te maken. Nu is het nog zo dat een beroep op het Bbz gedaan kan worden in een van de negen centrumgemeenten in een gemeente of provincie waar de schipper dan, vaak toevallig, met zijn schip verblijft. Door deze wijziging wordt ook de financiering van het Bbz eenvoudiger voor het Rijk. Het is in die zin een opmerkelijke stap omdat in het verleden al eens door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is aangegeven dat er juist negen centrumgemeenten moeten worden toegewezen omdat het ontbreekt aan een woongemeente. De nota van toelichting op de voorgestelde aanpassingen geeft niet direct duidelijkheid over het vaststellen van de woongemeente voor een binnenschipper.

Daarnaast is de regering voornemens om de instroom voor oudere zelfstandigen, 55 jaar of ouder met een niet-levensvatbaar bedrijf, af te sluiten. Volgens de regering moet het uitgangspunt bij toepassing van het Bbz zijn dat er sprake is van een levensvatbaar bedrijf, deze regeling zou niet moeten fungeren als een langdurende inkomensvoorziening. Naar verwachting zal de doelgroep van deze regeling gaan verschuiven naar de IOAZ. De doelgroep is met 230 instromers op jaarbasis niet al te omvangrijk. Door deze doelgroep naar de IOAZ te verschuiven ontstaat er een grotere prikkel naar werk, aldus het ministerie.

Om het Bbz te vereenvoudigen is het plan om de verstrekking met terugwerkende kracht af te schaffen en net als binnen de reguliere bijstandsverlening uit te gaan van de datum waarop een melding voor een aanvraag is gedaan. Daarnaast wordt ook geregeld dat een lening bestemd voor het levensonderhoud niet meer als een rentedragende lening wordt meegenomen in het startkapitaal en dat er onder voorwaarden geen rentereductie meer gegeven wordt op een lening voor bedrijfskapitaal wanneer er ook algemene bijstand is verstrekt voor het levensonderhoud. Het zou dan om het boekjaar van aanvraag gaan en het boekjaar daarvoor.

Naar boven

Visiedocument schuldenproblematiek en rechtspraak en internetconsultatie uitwisseling persoonsgegevens Wet gemeentelijke schuldhulpverlening

Afgelopen februari is vanuit de Rechtspraak een visie-document gepubliceerd met betrekking tot schuldenproblematiek en rechtspraak. In dit document wordt een visie afgegeven die gebaseerd is op elementen uit de brede schuldenaanpak waar het kabinet op dit moment mee bezig is. In de visie is een aantal aanbevelingen verwerkt. Zo wil de Rechtspraak het voor partijen aantrekkelijker maken om naar de insolventiekamer te komen, bijvoorbeeld door rolzittingen te organiseren waar grote schuldeisers met schuldenaren in contact kunnen komen voor het sluiten van een regeling. Mocht de schuldeiser toch niet willen verschijnen, dan zou deze de rechter moeten kunnen machtigen voor het sluiten van een regeling met de schuldenaar. Ook zou de schuldenrechter partijen moeten kunnen dwingen om een regeling te treffen. Direct na een zitting zou de schuldenaar terecht moeten kunnen bij een schuldenfunctionaris die ter plekke bijstaat met raad en daad.

Ook wordt aangegeven welke gewenste mogelijkheden een schuldenrechter zou moeten hebben. Het gaat dan om de mogelijkheid om een breed of smal moratorium in te stellen, op basis van een dwangakkoord verplichte betalingsregeling in stellen, een schuldenaar toe te laten tot de WSNP, een gemeentelijke budgetcoach, budgetbeheerder of administratief ondersteuner aan te wijzen en als laatste ook een tijdelijk schuldenbewind op te leggen.

Als laatste aanbevelingen wordt aangegeven dat de 'goedertrouwtoets' terugbracht moet worden naar een periode van twee jaar, of dat deze vijf jaar blijft, maar dan zou er een hardheidsclausule moeten komen die na twee is aan te spreken. Onder omstandigheden zou het ook mogelijk moeten worden om binnen een periode van 10 jaar een nieuw beroep op WSNP te doen als een verklaring van een schuldhulpverlener ontbreekt dat geen minnelijke regeling mogelijk is.

Daarnaast is er op 20 februari jl. een internetconsultatie gestart over een wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Dit als onderdeel van de uitwerking van de brede schuldenaanpak door de regering. Aan de hand van dit wetsvoorstel moet het eenvoudiger worden om gegevens uit te wisselen, om bijvoorbeeld vroegsignalering van schulden eenvoudiger te maken. Wanneer schulden tijdig bekend zijn bij betrokken partijen kan erger immers voorkomen worden. Daarnaast zou een betere gegevensuitwisseling moeten zorgen voor een betere toegang tot schuldhulpverlening en het maken van een plan van aanpak. Er kan tot 3 april 2019 worden gereageerd op de consultatie.

Naar boven

Voortgang herziening inburgeringsstelsel

Door minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is op 15 februari een brief aan de Tweede Kamer verzonden waarin de voortgang van de herziening van het inburgeringsstelsel uiteen wordt gezet. De regering streeft ernaar om de nieuwe regels per 1 januari 2021 in te laten gaan, vanaf dat moment heeft de gemeente weer de volledige regie over de inburgering. Het definitieve wetsvoorstel zal in het eerste kwartaal van volgend jaar naar de Tweede Kamer worden verzonden. Voor komende zomer valt nog een brief met hoofdpunten van het wetsvoorstel te verwachten en voordat het wetsvoorstel definitief wordt gemaakt vindt er nog een consultatieronde plaats. Het is een complexe herziening aldus de minister, maar het tempo ligt hoog.

In de brief wordt onder meer aandacht geschonken aan de regierol die gemeenten gaan krijgen, het idee is de gemeente zo snel als mogelijk te betrekken bij de inburgering. Gemeenten zouden al contact moeten krijgen met inburgeraars op het moment dat zij nog in een asielprocedure zijn verwikkeld en daar moeten starten met de brede intake. Hiermee wordt de situatie van de inburgeraar goed in beeld gebracht. Gemeenten mogen zelf hun procedure voor deze intake inrichten, maar moeten wel een aantal verplichte onderdelen hierin verwerken. Denk hierbij aan de leerbaarheid (het ministerie komt met een uniforme leerbaarheidstoets welke tijdens verblijf in AZC moet worden afgenomen), genoten opleiding, werkervaring, praktische competenties, taalniveau, motivatie en interesses, mentale gezondheid, sociaal netwerk etc.

Na afronding van de brede intake moet er een Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) worden opgesteld. Hierin staan de gemaakte afspraken ten aanzien van de inburgering en participatie. Ook moet hierin staan op welke wijze de inburgeraar ontzorgd moet worden, een belangrijk idee bij deze herziening is namelijk dat inburgeraars aan de start van hun inburgering niet zelfredzaam zijn en de gemeente een verregaande zorgplicht heeft. Bijvoorbeeld door de bijstand niet volledig uit te betalen, maar eerst van dit bedrag alle noodzakelijke betalingen te doen. Elke inburgeraar wordt verplicht om zes maanden in een dergelijk regime te vallen. Er komt hiervoor een aparte bepaling in de Participatiewet. Er zal zoveel als mogelijk moeten worden aangesloten bij de al bestaande uitvoeringspraktijk.

Ook moet worden bepaald welke leerroute gevolgd gaat worden binnen de inburgering. Bijvoorbeeld de route naar taalniveau B1 of de route volgens het regulier onderwijs, er zijn meer routes beschikbaar. Het is tot een jaar na start van de inburgering nog mogelijk om binnen het bestaande PIP te wijzigen van route. Het PIP moet in de eerste 10 maanden ten minste tweemaal met de inburgeraar geëvalueerd worden en indien nodig bijgesteld worden.

De gemeenten zullen leerroutes beschikbaar moeten stellen en hiervoor een aanbod moeten hebben. Hiervoor sluiten gemeenten contracten af met aanbieders van taal- en inburgeringslessen. Er wordt door het ministerie overwogen om voor gemeenten een aanbodplicht op te nemen in de inburgeringswet. Het ministerie stuurt ook aan op een bovenlokale samenwerking. Het ministerie ontwikkelt waarborgen om de kwaliteit van aanbieders te toetsen en het niveau van de aanbieders hoog te houden. Eén van de knelpunten in de huidige inburgering is dat het een vrije markt is en er te weinig gestuurd wordt op te kwaliteit van bijvoorbeeld taalscholen.

Op basis van de voorgenomen datum van invoering stelt het ministerie ook budget beschikbaar voor de overgangsfase. Gemeenten krijgen voor de jaren 2019 en 2020 in totaal 40 miljoen euro extra voor een betere begeleiding van inburgeraars.

Naar boven

Motie studietoeslag

Afgelopen maand is er in de Tweede Kamer een motie aangenomen. In deze motie wordt geconstateerd dat het grootste deel van het budget voor de individuele studietoeslag in de afgelopen jaren niet is besteed aan studenten met een arbeidsbeperking. Het doel van deze toeslag is om studenten met een dergelijke beperking beter in staat te stellen een studie te volgen. Vaak lukt het deze doelgroep niet om een bijbaan te hebben naast de studie zoals veel andere studenten wel hebben.

Ook wordt gesignaleerd door de Kamer dat het voor scholen lastig is eensluidende informatie te verstrekken over deze regeling omdat elke gemeenten zijn eigen regels en procedure kent. Daarnaast is al meerdere keren in de Tweede Kamer gesproken over de grote lokale verschillen in deze toeslag, maar dit wordt niet expliciet genoemd in deze motie.

Wel stuurt de motie aan om voor wat betreft de hoogte van de studietoeslag aan te gaan sluiten op het niveau waarop het UWV binnen de Wajong de studieregeling verstrekt. Deze betreft 25% van het minimumloon en is aanzienlijk hoger dan de studietoeslag in menig gemeente. Daarbovenop verzoeken de indieners van deze motie om te onderzoeken welke voor- en nadelen de uitvoering van de studietoeslag door DUO met zich meebrengt.

Deze motie is door alle partijen gesteund en het zou dus zomaar kunnen dat de studietoeslag op termijn niet meer door gemeenten wordt uitgevoerd en deze fors omhoog gaat.

Naar boven

En verder ...

Naar boven


JURISPRUDENTIE

Inbreuk op godsdienstvrijheid toegestaan

De inbreuk op godsdienstvrijheid acht de Centrale Raad in dit geval noodzakelijk. Belanghebbende heeft een detentieverleden en er zijn belemmeringen bij het verkrijgen van een Verklaring Omtrent Gedrag. De gemeente biedt een opleiding tot asbestsaneerder aan met een baangarantie. Met een beroep op de vrijheid van godsdienst verklaart belanghebbende zich niet bereid om zijn baard af te scheren, wat verplicht is volgens de veiligheidsnormen in deze sector. De gemeente verlaagt de bijstand op basis van artikel 18 lid 4 en 5 PW. Doordat de Raad ziet dat de mogelijkheden op de arbeidsmarkt verder beperkt zijn, is deze inbreuk op de vrijheid van godsdienst toegestaan.

Voor de volledige uitspraak klikt u hier.

Naar boven

Inbreuk op godsdienstvrijheid en het recht op gezinsleven niet toegestaan

In een vergelijkbare zaak, waarin ook de vrijheid van godsdienst centraal staat, komt de Centrale Raad tot een ander oordeel. Er wordt door de gemeente een werkervaringsplek in een kringloopwinkel aangeboden waarbij het een standaardregel is om ook op vrijdagmiddagen en zaterdagen te werken. Wat belanghebbende betreft is de verplichting om tijdens het vrijdagmiddag gebed te werken een te grote inbreuk op zijn geloofsvrijheid. Op zaterdag heeft belanghebbende een omgangsregeling met zijn kinderen, dus zou er ook sprake zijn van een inbreuk op het gezinsleven. Wat de Raad betreft zijn er verschillende mogelijkheden voor de gemeente om belanghebbende wel in de gelegenheid te stellen dit gebed bij te wonen en zijn omgangsregeling na te komen. De maatregel die is opgelegd door het niet doorgaan van de voorziening kan daarom niet in stand blijven.

Klik hier voor de uitspraak.

Naar boven

Vaderschap staat niet vast, geen sprake van onweerlegbaar rechtsvermoeden

Een gemeente heeft vastgesteld dat er een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd tussen een man en een vrouw, er zou sprake zijn van een onweerlegbaar rechtsvermoeden (artikel 3 lid 4 sub b PW). De kosten van bijstand worden teruggevorderd, mede van de persoon waarmee de gezamenlijke huishouding gevoerd zou zijn. Deze conclusie wordt gebaseerd op het feit dat er een door een derde afgegeven verklaring bestaat waarin is aangegeven dat de man de vader van het kind zou zijn, de vrouw is de moeder van het kind. De gemeente mag zich, wat de Raad betreft, niet baseren op deze verklaring, nu zij in onvoldoende mate het vaderschap heeft aan kunnen tonen met andere gegevens. Doordat niet vaststaat dat deze man en vrouw gezamenlijk een kind hebben, is er geen sprake van het onweerlegbaar rechtsvermoeden. Dit mede doordat meneer in een andere schriftelijke verklaring aangeeft dat het niet voor 100% zeker is dat hij de vader van het kind is. Doordat er sprake is van een motivatiegebrek kan het besluit niet in stand blijven en daarom draait de Centrale Raad de terugvordering terug.

Klik hier voor de uitspraak.

Naar boven

Niet helder dat in het weekend moet worden gewerkt

Doordat belanghebbende niet bereid was om in de weekenden te werken tijdens een proefplaatsing heeft de gemeente een maatregel opgelegd. Voor deze proefplaatsing is een overeenkomst gesloten. Uit deze overeenkomst blijkt niet duidelijk dat de verwachting van werken in het weekend bestaat. Nu belanghebbende niet in het weekend wenst te werken, geeft de werkgever aan dat de proefplaatsing voor belanghebbende geen vervolg krijgt. De Centrale Raad komt echter tot de conclusie dat de maatregel ten onrechte is opgelegd omdat de gemeente niet weet te overtuigen dat de werkzaamheden in het weekend duidelijk zijn vastgelegd. De stelling dat door de werkgever is aangegeven dat er sprake is van werkzaamheden die verspreid worden over zeven dagen per week, kan onvoldoende worden hard gemaakt. Zodoende komt de Raad tot de conclusie dat de opgelegde maatregel niet in stand kan blijven.

Klik hier voor de uitspraak.

Naar boven

Gemeente had aanvraag niet buiten behandeling mogen laten

Een gemeente vraagt voor een bijstandsaanvraag aanvullende gegevens op middels een hersteltermijn, doordat er wat de gemeente betreft na afloop van deze termijn nog noodzakelijke gegevens ontbreken, wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. Bij sommige bewijsstukken die gevraagd worden heeft de gemeente aangegeven dat deze moeten worden overlegd als dit van toepassing is, het gaat dan bijvoorbeeld om afschriften van een spaarrekening. Nu belanghebbende wel de gegevens van de betaalrekening heeft overlegd, is er wel gereageerd op de hersteltermijn. Andere gegevens die zijn opgevraagd zijn bewijzen van huurbetaling en beschikkingen voor de huur- en de zorgtoeslag. Nu de gemeente weet heeft van het feit dat er een huurachterstand is ontstaan in de maanden voor de bijstandsaanvraag, zijn de gegevens omtrent huurbetaling niet meer relevant. Aan de gegevens voor de huur- en zorgtoeslag mag de gemeente niet de lading geven dat deze noodzakelijk zijn voor het vaststellen van het recht op bijstand. Belanghebbende blijkt niet te beschikken over een spaarrekening en omdat dit niet expliciet is gevraagd in de hersteltermijn, was belanghebbende niet verplicht aan te geven dat er geen spaarrekening bestaat. Belanghebbende heeft wel, zoals de gemeente verzocht, gegevens van haar betaalrekening overlegd. Nu belanghebbende over sommige bewijsstukken redelijkerwijs niet kan beschikken, of omdat de stukken niet noodzakelijk zijn, mocht de gemeente van de Raad de aanvraag voor algemene bijstand niet buiten behandeling laten.

Klik hier voor de uitspraak.

Naar boven

Postverzending door andere postaanbieder

De afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt in deze zaak dat de gemeente een zwaardere bewijslast heeft wanneer een andere postaanbieder wordt gebruikt dan PostNL. De gemeente in kwestie heeft de postbezorging aan de lokale sociale werkvoorziener gegund. Dit houdt in dat de gemeente aannemelijk moet maken dat een besluit ook echt is verzonden. Doordat de gemeente in dit geval niet heeft gekozen voor een aangetekende verzending, ligt deze bewijslast bij de gemeente. Normaliter kan de gemeente dan volstaan met het aannemelijk maken van verzending naar het juiste adres, door een overzicht van de verzendadministratie. Deze werkwijze is echter gebaseerd op de Postwet 2009 en gaat uit van een verzending door PostNL. Doordat op het sociale werkbedrijf niet het toezicht geldt dat aan de Postwet is verbonden, kan deze wijze van postbezorging niet gelijk worden gesteld met de werkwijze van PostNL. De Raad van State gaat er dan ook vanuit dat de besluiten niet verzonden zijn en in die zin dus ook geen rechtswaarde hebben.

Klik hier voor de uitspraak.

Naar boven

Aan de totstandkoming van deze nieuwsbrief is de uiterste zorg besteed. Voor informatie die nochtans onvolledig of onjuist is opgenomen, aanvaarden de auteur(s), redactie en uitgever geen aansprakelijkheid. Voor eventuele verbeteringen van de opgenomen gegevens houden zij zich aanbevolen. Aan de inhoud van deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend. Indien u geen prijs stelt op toezending van deze nieuwsbrief, dan kunt u zich hier afmelden.