Kop
         
 

Editie 1-2018


Afbeelding Afbeelding Afbeelding

Onze
opleidingsfolder
op het gebied van
bewindvoering
vindt u hier en de
opleidingsfolder
sociaal domein hier.


Ons complete
opleidingsaanbod
vindt u hier


Klik hier voor een
folder met alle
trainingen van
Langhenkel OT&A


De gratis
praktijktools

van Langhenkel


We hebben nog
enkele plaatsen
beschikbaar bij
onder andere de
volgende cursussen
en trainingen:


Cursus mentorschap
en curatele voor
bewindvoerders,

9 april te Breukelen
(8 PE punten)

Opleiding tot consulent
werk & inkomen,

start 16 april te Rosmalen

Cursus
bewindvoering
voor professionals
bij de overheid,
verzekeraars en
in de zorg en het
bedrijfsleven,

2 mei te Breukelen

Basisopleiding
tot bewindvoerder,

start 9 mei te
Breukelen

Starterscursus
bewindvoering
in de praktijk,

start 9 mei te
Breukelen
(8 PE punten)

Cursus privacy in
het sociaal domein,

24 mei te Zwolle

Cursus breed
wettelijk
moratorium in de
schuldhulpverlening,

28 mei te Breukelen

Training mediation
voor bewind-
voerders,
start
7 juni in Rosmalen
(8 PE punten)

Cursus mentorschap
en curatele voor
bewindvoerders,

25 september
te Rosmalen
(8 PE punten)


Al onze cursussen
en trainingen
kunnen op maat
in company worden
verzorgd. Klik
hier om direct
een offerte aan
te vragen.


Personele
ondersteuning
nodig?
Mail naar detachering@langhenkel.nl


 

Dit is de eerste uitgave van De Langhenkel Nieuwsbrief Bewindvoering & Schuldhulpverlening in het jaar 2018.
De Langhenkel Nieuwsbrief biedt u een overzicht van nieuwsberichten van de afgelopen periode op het gebied van bewindvoering en schuldhulpverlening.
De nieuwsbrief wordt samengesteld door Maarten Bergman. Maarten is trainer/docent op het gebied van bewindvoering en schuldhulpverlening en al vele jaren verbonden aan De Langhenkel Groep. Voor opmerkingen of suggesties over deze nieuwsbrief kunt u ons bereiken via opleidingen@langhenkel.nl. Ook als u beschikt over interessante uitspraken die naar uw oordeel dienen te worden opgenomen in de nieuwsbrief, dan vernemen wij graag van u.

Nieuwsbrief ook ontvangen?
De nieuwsbrief wordt verstuurd aan onze medewerkers, klanten en overige belangstellenden. Wilt u daar bij horen? Klik hier.


INHOUDSOPGAVE

Nieuwsberichten

Jurisprudentie


NIEUWSBERICHTEN

De afgelopen jaren is er het nodige gezegd en geschreven over de kosten van bewindvoering. In dit nieuwsbericht zetten we de onderzoeken, ontwikkelingen, initiatieven, pilots en jurisprudentie op een rij.

De kosten van bewindvoering

In mei 2014 presenteerde Stimulansz het rapport Beschermingsbewind: kwantitatief onderzoek naar ontwikkelingen en kosten voor gemeente, opgesteld in opdracht van het ministerie van SZW. Het onderzoek bood inzicht in de ontwikkelingen van het aantal opgelegde maatregelen beschermingsbewind en de kosten die gemeenten maakten voor vergoedingen in het tijdvak 2010 - 2013. Uit het onderzoek bleek dat het aantal aanvragen in die periode met 66% is gestegen (van 21.700 nieuwe aanvragen in 2010 naar 36.000 nieuwe aanvragen in 2013), en dat de uitgaven bijzondere bijstand voor bijdragen in kosten van bewind in diezelfde periode verdubbeld waren (van gemiddeld 11% in 2010 naar gemiddeld 22% in 2013). Daarnaast werd in het rapport de verwachting uitgesproken dat door de Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap van 1 januari 2014 het aantal maatregelen beschermingsbewind zou toenemen door het toevoegen van problematische schulden en verkwisting als gronden voor beschermingsbewind.

Op 30 juni 2016 presenteerde Bureau Bartels het rapport Vervolgmeting aantal en kosten beschermingsbewinden, eveneens opgesteld in opdracht van het ministerie van SZW. Hierin stonden de resultaten van het onderzoek dat over de periode 2013 - 2015 is gedaan. De centrale vraag van het onderzoek was: "Hoe heeft het aantal verzoeken tot onderbewindstelling en daarmee gepaard gaande uitgaven voor gemeenten zich in de periode 2013-2015 ontwikkeld en wat zijn mogelijke oorzaken voor verschillen in deze uitgaven?" De conclusie was dat in twee jaar tijd de bijdrage vanuit de bijzondere bijstand voor kosten van bewind ruim waren verdubbeld van 55 miljoen euro naar 115 miljoen euro. De stijging van het aantal aanvragen beschermingsbewind bedroeg jaarlijks 18% ŗ 19%. Ook werd geconstateerd dat de uitgaven voor bewind variŽren van 27 euro per jaar per bijstandsgerechtigde tot 874 euro per jaar per bijstandsgerechtigde. Een verklaring hiervoor moest volgens het rapport vooral gezocht worden in de grootte van de gemeenten, de mate waarin integraal beleid bestaat en de toepassing van de draagkrachtregels.

Volgens de factsheet van de Raad voor de Rechtspraak zijn er eind 2016 ongeveer 325.000 lopende dossiers beschermingsmaatregelen, waarvan 230.000 lopende dossiers bewindvoering. Het aantal blijft dus gestaag stijgen en de verwachting is dat hierin de komende jaren geen verandering komt, tenzij er goede alternatieven ontwikkeld worden.

De gemeente Deventer ontwikkelde als een van de eerste gemeenten in Nederland een verstrekkend alternatief en kondigde aan per 1 januari 2017 beschermingsbewind zelf op zich te nemen. Dit tot grote verbazing van de commerciŽle bewindvoerderskantoren. Dat betekende eveneens dat de gemeente Deventer vanuit bijzondere bijstand geen bijdrage meer leverde aan de kosten voor bewind en daarnaast rekende de gemeente een veel lager bedrag voor de kosten van bewindvoering dan het officiŽle tarief dat door het ministerie van Justitie en Veiligheid is vastgesteld. De verzamelde commerciŽle bewindvoerders stapten juni 2017 naar de Autoriteit Consument en Markt (ACM) met het verzoek dit besluit van de gemeente te onderzoeken. De ACM oordeelde in december 2017 dat de gemeente Deventer de Wet Markt en Overheid overtrad en riep de gemeente op de burgers weer de keus te geven tussen gemeentelijke bewindvoering en particuliere bewindvoering. Intussen heeft de gemeente Groningen een soortgelijk besluit genomen. Dit heeft tot grote onvrede geleid bij de bewindvoerders in de regio en zij hebben aangekondigd als koepelorganisatie LOBCM naar de rechter te stappen. De gemeente Groningen vindt dat zij niet is gehouden aan de uitspraak van de ACM omdat zij geen economische activiteit uitvoert, maar beschermingsbewind heeft aangemerkt als activiteit in het algemeen belang, die buiten de Wet Markt en Overheid valt.

De brancheorganisatie BPBI heeft juni 2017 in het kader van het project Samen Verder een modelovereenkomst gepresenteerd om de samenwerking tussen gemeenten en beschermingsbewindvoerders te verbeteren. Ook hierin wordt geconstateerd dat de grote financiŽle druk bij gemeenten die gemeenten noodzaakt alternatieven voor beschermingsbewind te onderzoeken, terwijl ze zich tegelijkertijd deels op hetzelfde (beleids)terrein begeven, namelijk dat van risicovolle en problematische schulden.

Gemeenten voelen zich ook gesteund door een uitspraak van het ministerie van SZW, waarin het volgende staat: "Gemeenten kunnen een ander passend en toereikend alternatief aanbieden. Denk aan budgetcoaching of beheer. Als deze dienstverlening de problemen van cliŽnten voldoende ondervangt, volgt meestal geen onder bewindstelling. Kiest de cliŽnt in die situatie toch voor beschermingsbewind, dan hoeft de gemeente (op basis van Artikel 15 Participatiewet) de kosten ervan niet te betalen vanuit de bijzondere bijstand, omdat een passende en toereikende voorliggende voorziening voorhanden is."

Daarnaast heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) al meerdere keren geoordeeld dat budgetbeheer dat door de gemeente wordt aangeboden inderdaad kan worden gezien als een toereikende voorliggende voorziening. De uitspraken 2016:685, 2015:3375 en 2014:4117 laten daarover geen twijfel bestaan.

Ondertussen zijn er drie pilots gestart waarin rechtbanken, gemeenten en bewindvoerders gaan samenwerken om meer grip te krijgen op de in- en uitstroom. Gemeenten krijgen hierin adviesrecht ten aanzien van het al dan niet toekennen van aangevraagd beschermingsbewind. In de regio Noord-Nederland zijn dat Emmen en Leeuwarden, in de regio Zeeland-West-Brabant is dat Tilburg en in de regio Oost-Brabant zijn dat Eindhoven en 's-Hertogenbosch. In de handreiking van Platform31 wordt deze pilot uitgebreid beschreven. Het project Inclusieve Stad is hierbij ook betrokken.

In het rapport Doen wat nodig is in het kader van Inclusieve Stad City Deal, worden twee kernobservaties beschreven: de ondersteuningsparadox (het systeem als geheel (beleid, regels, kaders) dat de inwoner moet ondersteunen is te versnipperd, bureaucratisch en daarmee te complex voor de kwetsbare doelgroep in onze maatschappij. In plaats van ondersteunen genereert het systeem extra knelpunten, die vaak voortkomen uit de botsende principes van 'rechtmatigheid en doelmatigheid'. De doorgevoerde efficiency in de administratieve organisaties versterken deze paradox), en de onmogelijkheid van maatwerk (de voorwaarden binnen onze gemeenten voor een integraal plan gebaseerd op maatwerk zijn nog onvoldoende aanwezig. Onze gemeenten hebben in verschillende mate ruimte gegeven aan wijkteams om te sturen op de inzet van (aanvullende) zorg, maar de handelingsruimte voor sociaal werkers om op het gebied van schulden, inkomen, armoede en wonen besluiten te nemen en budgetten in te zetten, is nog niet voldoende. Kortom: de wijze van sturing, financiering en verantwoording is nog afkomstig uit het 'oude systeem'. Dat maakt de speelruimte voor sociaal werkers zeer beperkt). Deze twee kwesties spelen ook een rol in de effectiviteit van schuldhulpverlening en vormen mogelijk eveneens een oorzaak van de aanhoudende stijging van het aantal aanvragen beschermingsbewindvoering.

De aangekondigde initiatieven zullen moeten aantonen of er andere oplossingen mogelijk zijn. Ontwikkelingen zoals de Werkplaats FinanciŽn XL in Eindhoven, waar een budgetcoach van de gemeente aanwezig is en ingezet wordt op vroegsignalering en lokale dienstverlening in samenwerking met ervaringsdeskundigen en vrijwilligers, worden nauwlettend in de gaten gehouden. Deze en andere maatregelen kunnen mogelijk een alternatief voor beschermingsbewind vormen, wanneer dat instrument niet per se noodzakelijk is.

De ontwikkelingen geven duidelijk aan dat zowel het kostenaspect van beschermingsbewind en integrale schuldhulpverlening, als de groeiende afstand tussen de systeemwereld en de leefwereld, twee grote factoren zijn die de komende jaren hoog op de agenda moeten blijven staan, om ervoor te zorgen dat degenen bij wie de grootste noodzaak tot laagdrempelige en professionele ondersteuning bestaat, niet definitief buitengesloten worden.

Naar boven

Schuldhulpverlening in 2018 en verder

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Tamara van Ark, heeft in haar kamerbrief van 26 februari 2018 het schuldenbeleid voor 2018 en verder uiteengezet. In het regeerakkoord Vertrouwen in de toekomst van 10 oktober 2017 werden al enkele maatregelen en voornemens aangekondigd. Deze worden nu (deels) in de kamerbrief van de staatssecretaris nader toegelicht.

De toegang tot schuldhulpverlening is onderwerp geweest van twee recente onderzoeken. Ten eerste van de Inspectie SZW in het rapport Toegankelijkheid schuldhulpverlening 2017, en ten tweede van de Nationale Ombudsman in het rapport Een open deur?. In de brief van 26 februari geeft de staatssecretaris aan de toegankelijkheid tot schuldhulpverlening verbeterd is, maar dat er ook nog aandachtspunten zijn, waaronder de dienstverlening aan (ex)zelfstandigen, mensen met fraudeschulden en recidivisten. Ook behoeft de (voor)selectie bij de toegangspoort nog zorg: of de medewerker ter plekke is onvoldoende deskundig of de toegang wordt geweigerd zonder dat er een zorgvuldige individuele afweging plaatsvindt. Daarnaast vraagt de noodzaak van het afgeven van een beschikking in het kader van de uitgangspunten van de Algemene wet bestuursrecht nog om aandacht.

Daarnaast wijst de staatssecretaris op het ontwikkelprogramma van Divosa, Landelijke CliŽntenraad, NVVK, Sociaal Werk Nederland en VNG, genaamd Schouders Eronder, waarin de krachten gebundeld worden om schuldhulpverlening kennisrijker, professioneler en vernieuwend te maken. Het ontwikkelprogramma wordt gesubsidieerd door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Schouders Eronder heeft haar visie en ambitie uiteengezet in een doelen en resultatenkaart, waarop de concrete inzet is vastgelegd. Opvallend punt van die kaart is het ontbreken - voor zover na te gaan - van beschermingsbewindvoering als onderwerp dan wel partij in hetgeen men wil bereiken met het toegekende gemeenschapsgeld. Eerste ideeŽn die ter sprake komen zijn een masteropleiding voor schuldhulpverlening en een oproep naar bewezen effectieve interventies buiten het werkveld van schuldhulpverlening die mogelijk interessant kunnen zijn in het werkveld. Daarnaast is een Handreiking Vroegsignalering gepubliceerd waarin tien aanbevelingen staan voor gemeenten die met vroegsignalering aan de slag willen.

Bovendien wordt in het Interbestuurlijk Programma IBP de gezamenlijke ambitie van Rijksoverheid, VNG, gemeenten en provincies uitgesproken om het aantal huishoudens met problematische schulden substantieel terug te dringen. Onder andere wordt daarin gesproken over landelijke afspraken met grote uitvoerders (zoals Belastingdienst, UWV, SVB, CJIB, CAK en DUO), over sociale incasso en toegankelijkheid schuldhulpverlening. Maar ook over verbetering van schuldhulpverlening op het gebied van wachttijden, vroegsignalering en preventie, en integrale samenwerking tussen uitvoerders, maatschappelijke organisaties en vrijwilligers. Ook het Samenwerkingsverband Brede Schuldenaanpak kan hierin een grote rol spelen.

Ze verwijst ook naar de pilot van Platform31, om in onderlinge afstemming het best passende hulpaanbod aan de financieel kwetsbare burger te vinden, en herhaalt het voornemen uit het Regeerakkoord om gemeenten advies te geven in de procedure rond schuldenbewind.

Naar aanleiding van een artikel in De Groene Amsterdammer en Investico, is de staatssecretaris met de betrokken partijen in gesprek over het mogelijk schenden van de privacywetgeving. In het licht van het in werking treden van de Algemene Verordening Gegevensbescherming AVG met ingang van 25 mei 2018, kan dit wellicht nog verreikende gevolgen krijgen.

Verder blijft implementatie van de Rijksincassovisie van 2016 nog altijd actueel. Kwesties als bijzondere incassobevoegdheden en overheidspreferenties en de bescherming van het bestaansminimum door toepassing van de beslagvrije voet, vragen bij voortduring om ontwikkeling en toezicht. Het rapport Een onbemind probleem is mede aanleiding voor deze aanhoudende aandacht.

Ten slotte verwijst ze naar het rapport Informatiebehoefte Wgs van PBLQ, waarin is geconstateerd dat ontsluiting van gegevens over de uitvoering van schuldhulpverlening allesbehalve eenvoudig en de registratie van de verschillende fasen allesbehalve eenduidig is. Dit gebrek aan cijfermatig inzicht in schuldhulpverlening is in het rapport Schuldhulpverlening in Nederland van KWIZ al eerder geconstateerd. Gezien de noodzaak van gegevensuitwisseling voor (toekomstige) evaluaties en de generieke informatiebehoefte, zal dit punt ook in de brede schuldenaanpak nader bezien worden. Het hele rapport van KWIZ is hier te lezen. De evaluatie van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening door Berenschot uit 2016 is hier te lezen.

Verdere belangrijke ontwikkelingen die niet de brief van de staatssecretaris worden genoemd, zijn de aanstelling van een schuldenrechter die voor ťťn persoon/huishouden alle juridische zaken in een traject schuldhulpverlening gebundeld gaat behandelen.

Daarnaast is met ingang van 1 januari 2018 het nieuwe huwelijksvermogensrecht van kracht. Hierin wordt de omvang van de wettelijke gemeenschap aanzienlijk beperkt, waardoor in feite weinig meer dan het inkomen van beide echtgenoten in de beperkte gemeenschap valt, en alle andere (vermogens)bestanddelen daarbuiten. Schulden, bezittingen, erfenissen en schenkingen vallen alleen binnen de gemeenschap wanneer dit uitdrukkelijk in huwelijkse voorwaarden is vastgelegd. Er ontstaan hierdoor als het ware drie verschillende vermogens naast elkaar. Allereerst de voorhuwelijkse privťvermogens van beide echtgenoten en daarnaast het vermogen dat tijdens het huwelijk is verkregen (met uitzondering van erfenissen en schenkingen). Ten opzichte van schulden gaat er ook wat veranderen. Vůůr 1 januari 2018 konden schuldeisers van een van de echtgenoten zich verhalen op de gehele huwelijksgemeenschap. Onder het nieuwe regime geldt dat schulden aangegaan met voorhuwelijks privťvermogen maar voor de helft verhaald kunnen worden op de huwelijksgemeenschap.

Bovendien blijft de voorgenomen vereenvoudiging van de berekening van de beslagvrije voet een actueel onderwerp. In de Rijksbegroting 2018 van Sociale Zaken en Werkgelegenheid staat vermeld dat dit wetsvoorstel uiterlijk 1 januari 2019 van kracht wordt. Ook het bankbeslag en de overheidsvordering (vereenvoudigd bankbeslag), die volgens de artikel 475c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet zijn gehouden aan de beslagvrije voet, hebben de aandacht van het ministerie, aangezien deze incassomaatregel vaak op de lange termijn voor verergering van de schuldenproblematiek zorgt.

Als laatste is er sprake van toepassing van blockchain, welbekend uit de wereld van cryptogeld, in armoedebestrijding en schuldhulpverlening. Het gebruik van blockchain zou het mogelijk moeten maken om fraude, corruptie, fouten en kosten van het papieren proces terug te dringen. Het zou een aantrekkelijke aanvulling kunnen zijn op manier waarop met schulden omgegaan wordt in een maatschappij die opnieuw gekenmerkt wordt door gevaarlijk hoog niveau van schulden. Wellicht dat blockchain toepassingen ook gebruikt kunnen worden voor nieuwkomers, die volgens het rapport FinanciŽle en sociale zelfredzaamheid van nieuwkomers van Kennisplatform Integratie & Samenleving (KIS), het complexe systeem van toeslagen, uitkeringen, subsidies in combinatie met de Nederlandse taal slecht beheersen en daardoor snel schulden maken. Ze geven in het rapport tips aan gemeenten om dit te voorkomen. KIS publiceerde eerder ook al een twaalftal initiatieven rondom schuldpreventie voor migranten en verbetering van hun zelfredzaamheid. In Eindhoven wordt onderzocht hoe met behulp van MijnApp het overheidslabyrint via een simpele app bereikbaar en begrijpelijk is. Het initiatief is ontstaan uit Initiate, het innovatieprogramma van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), dat mensen wil inspireren, mobiliseren en verbinden die ons land zorgzamer, socialer, mooier, aangenamer willen maken.

De gemeente Coevorden betreedt op andere wijze de digitale wereld door iedere inwoner die in een traject schuldhulpverlening zit, toegang te bieden tot MijnSHV. Het portaal is ontwikkeld door het samenwerkingsverband Startpunt Geldzaken, dat bestaat uit het Nibud, Vereniging Eigen Huis, beleggersvereniging VEB en de Stichting Certificering FFP. Eenmaal ingelogd kan 24 uur per dag bekeken worden hoeveel weekgeld er is overgemaakt, of de kinderbijslag al binnen is, welk geld is gereserveerd, welke schulden openstaan en welke betalingen zijn verricht. Inzicht in de eigen financiŽle situatie moet ertoe bijdragen dat inwoners sneller weer zelf hun budget beheren.

Naar boven


JURISPRUDENTIE

Hieronder volgt een overzicht van recente jurisprudentie op het terrein van bewindvoering en schuldhulpverlening.

Deurwaarder als voorgestelde bewindvoerder
LAVG Bewindvoering dient een verzoek tot onderbewindstelling in namens rechthebbende. LAVG is een landelijke opererende deurwaarder en regionaal opererend incassobureau. Een deurwaarder mag wettelijk gezien benoemd worden tot beschermingsbewindvoerder. Maar de kantonrechter is van oordeel dat niet alles dat wettelijk mogelijk is, ook wenselijk genoemd kan worden. Aangezien niet uitgesloten kan worden dat opdrachtgevers (lees: schuldeisers) ook tot de schuldeisers van de rechthebbende kunnen behoren, is er sprake van (de schijn van) belangenverstrengeling. Die dient vermeden te worden. Temeer omdat er een (commercieel) spanningsveld bestaat tussen de (betalende) opdrachtgever(s) van de deurwaarder en de (veelal) onvermogende rechthebbenden. De kantonrechter wijst het verzoek van LAVG af en benoemd gezien de lichamelijke of geestelijke toestand van de rechthebbende een andere bewindvoerder.

Klik hier voor de uitspraak

Naar boven


Verjaring van vordering na betekening van exploot bij adres van daklozenopvang
Een schuldenaar heeft na executoriale verkoop van een woning een restschuld van Ä 151.705,40 op een hypothecaire vordering. Wegens het niet voldoen van deze vordering legt de schuldeiser beslag op de Ziektewet uitkering van de schuldenaar van het UWV. Behalve de vaststelling van de hoogte van de beslagvrije voet, bestrijdt de schuldenaar dat de vordering tijdig is gestuit door de schuldeiser, op grond van het feit dat hij niet langer op het adres verbleef waar hij stond ingeschreven. Het Hof redeneert dat het adres van een daklozenopvang waar de schuldenaar officieel staat ingeschreven, als zijn woonplaats ex art. 1:10 BW geldt. Zodra de deurwaarder op dat adres een exploot betekent, wordt de schuldenaar geacht het exploot te hebben ontvangen. Dit is alleen anders wanneer de schuldenaar het vermoeden weerlegt en aantoont waar hij wel zou hebben gewoond of verbleven en waarom hij zijn inschrijving op het adres van de daklozenopvang heeft gehandhaafd als hij daar niet langer verbleef. Het vermeende feit dat in een daklozenopvang slecht met de post voor bewoners wordt omgegaan, komt niet voor risico van de afzender van poststukken en exploten, aldus het gerechtshof.

Klik hier voor de uitspraak.

Naar boven


Benoeming opvolgend bewindvoerder en belangen van derden
Familieleden staan tegenover elkaar in een zaak omtrent beschermingsbewindvoering. Een moeder is wegens psychogeriatrische problematiek onder bewindvoering gesteld. Haar zoon (1) en dochter kunnen zich met deze beslissing verenigen. Zoon (2) en zoon (3) kunnen dat niet. Ook de benoeming van een nieuwe bewindvoerder stuit op bezwaren van zoon (2), die de nieuw aan te stellen bewindvoerder niet vertrouwt. De moeder heeft ondanks haar psychogeriatrische problematiek een helder beeld van de situatie en geen enkel bezwaar tegen de bewindvoering en/of de nieuwe bewindvoerder. Het gerechtshof stelt daarop dat een bewindvoerder geen rekening hoeft te houden met wensen en/of eisen van familieleden. Het wettelijk stelsel van het beschermingsbewind is ingesteld ter bescherming van de belangen van de moeder en het is de taak van de bewindvoerder om haar vermogen doelmatig te beleggen uitsluitend ten bate van de moeder. De bewindvoerder heeft geen informatieverplichtingen jegens derden en is niet gehouden toestemming voor rechtshandelingen te vragen anders dan van de moeder en de op voet van art. 1:441 lid 2 BW toezichthoudende kantonrechter. De bewindvoerder is verplicht tot het afleggen van rekening en verantwoording uitsluitend jegens de moeder, ten overstaan van de kantonrechter.

Klik hier voor de uitspraak.

Naar boven


Toewijzing dwangakkoord na weigering aanbod vanwege geen lidmaatschap NVVK
Schuldbemiddeling Nederland B.V. doet samen met schuldenaar bij de Rechtbank Rotterdam, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (Wsnp), een verzoek tot toepassing van een dwangakkoord (artikel 287a Fw), inzake vier weigerachtige schuldeisers, op een totaal van 21 schuldeisers, met een totale vordering van Ä 27.509,00. Na het indienen van beide verzoekschriften, maar voor de zittingsdatum, zijn drie schuldeisers alsnog akkoord gegaan met de aangeboden minnelijke schuldregeling. De gemeente Rotterdam is nu nog de enige weigerachtige schuldeiser. De vordering van de gemeente Rotterdam beloopt 7,44% van het totale schuldenpakket. De gemeente Rotterdam weigert medewerking aan het voorstel tegen finale kwijting, vanwege het feit dat Schuldbemiddeling Nederland B.V. geen lid is van de NVVK (Nederlandse branchevereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren). De rechtbank Rotterdam stelt vast dat Schuldbemiddeling Nederland B.V. namens de gemeente een buitengerechtelijke schuldregeling heeft uitgevoerd en voldoet aan de vereisten gesteld in artikel 48 lid1 sub b Wck. Daarmee is tevens voldaan aan het vereiste van artikel 288 lid 2 sub b Fw. Dat Schuldbemiddeling Nederland B.V. geen lid is van de NVVK, doet niets aan deze feiten af. De rechtbank oordeelt derhalve dat de aangeboden schuldregeling rechtmatig is en zwaarder weegt dan de weigeringsgrond van de gemeente Rotterdam. Het dwangakkoord wordt opgelegd en de gemeente Rotterdam wordt veroordeeld tot het betalen van de kosten van de procedure.

Klik hier voor de uitspraak.

Naar boven


Aan de totstandkoming van deze nieuwsbrief is de uiterste zorg besteed. Voor informatie die nochtans onvolledig of onjuist is opgenomen, aanvaarden de auteur(s), redactie en uitgever geen aansprakelijkheid. Voor eventuele verbeteringen van de opgenomen gegevens houden zij zich aanbevolen. Aan de inhoud van deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend. Indien u geen prijs stelt op toezending van deze nieuwsbrief, dan kunt u zich hier afmelden.