Print Friendly, PDF & Email

De onderstaande vijf vragen zijn een hulpmiddel om in te kunnen schatten of u voldoende basiskennis op het gebied van de Participatiewet hebt om de vierdaagse Cursus uitkeringsberekening Participatiewet te kunnen volgen. Als u onvoldoende basiskennis hebt, adviseren wij u om deel te nemen aan de zevendaagse Starterscursus voor financieel medewerkers/uitkeringsadministrateurs.

Vraag 1

Frits (24 jaar) studeert aan het HBO en ontvangt studiefinanciering. Hij doet een aanvraag bijzondere bijstand. Wat is juist?

  1. Deze aanvraag wordt afgewezen want iemand jonger dan 27 jaar die uit ’s Rijks kas bekostigd onderwijs volgt en in verband met die studie studiefinanciering ontvangt heeft geen recht op bijstand.
  2. Een student jonger dan 27 jaar heeft geen recht op algemene bijstand maar kan wel recht op bijzondere bijstand hebben.

Vraag 2

Bert (20 jaar) heeft arbeidsbeperkingen en in verband daarmee een Wajong-uitkering aangevraagd. Deze aanvraag is afgewezen, omdat hij niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt is. Hij heeft geen inkomsten en vraagt daarom bijstand aan. Omdat er problemen thuis waren, woont hij samen met zijn 23-jarige vriendin (eveneens geen inkomen) bij zijn oom en tante in uw gemeente. Wat is de bijstandsnorm die voor Bert (en zijn vriendin) geldt in juli 2019?

  1. €    508,78
  2. € 1.177,62
  3. €    892,03
  4. €    843,20

Vraag 3

Florence (28 jaar) is alleenstaand, woont zelfstandig en ontvangt bijstand. Zij meldt aan de gemeente dat zij met ingang van 1 februari 2019 bij haar hulpbehoevende 81-jarige oma gaat wonen en daar mantelzorg gaat verlenen. Er is een indicatie dat oma zorgbehoevend is en opgenomen moet worden in een verzorgingstehuis. Oma heeft een eigen huis en nog al wat spaargeld en door het kiezen voor deze optie blijft er te zijner tijd nog wat over voor Florence. Oma heeft AOW en een aanvullend pensioen van ongeveer € 1.000,00 netto.
Florence heeft haar eigen huurwoning opgezegd en gaat € 300,00 bijdragen in de woonlasten. Wat is juist?

  1. De uitkering van Florence wordt voorgezet. Zij ontvangt vanaf 1 februari de kostendelersnorm.
  2. De uitkering van Florence wordt beëindigd. Het vermogen van oma bedraagt meer dan het vrij te laten vermogen.
  3. De uitkering van Florence wordt ongewijzigd voortgezet. Zij betaalt een commerciële huurprijs.
  4. De uitkering van Florence wordt beëindigd. Er is sprake van een gezamenlijke huishouding en het inkomen van oma bedraagt meer dan de bijstandsnorm voor een gezin.

Vraag 4

De WW-uitkering van Jan wordt blijvend verlaagd met 30% omdat hij zich niet aan de verplichtingen heeft gehouden. Omdat zijn uitkering van het UWV nu minder bedraagt dan de voor hem geldende bijstandsnorm vraagt hij (aanvullende) bijstand aan. Wat is juist?

  1. De aanvraag wordt afgewezen, als hij zich aan zijn verplichtingen had gehouden had hij voldoende middelen gehad.
  2. Er wordt bijstand toegekend waarbij de inkomsten uit WW in aanmerking worden genomen, de gemeente moet de gedraging zelf beoordelen en dan eventueel op grond van de afstemmingsverordening een maatregel opleggen.
  3. In deze situatie legt de gemeente een afstemming (maatregel) op die in duur gelijk is aan die UWV heeft opgelegd, anders zou je immers de maatregel van UWV teniet doen.

Vraag 5

Mevrouw Veenstra (56 jaar oud) verblijft de hele zomer in haar caravan (een oud beestje met nauwelijks waarde) op een camping bij een boerenbedrijf in de Achterhoek. Wat betekent dat voor haar recht op bijstand?

  1. Ze mag per jaar vier weken op vakantie, na vier weken wordt de uitkering beëindigd.
  2. Alleen mensen ouder dan de pensioengerechtigde leeftijd mogen langer dan vier weken met behoud van uitkering met vakantie. Na vier weken krijgt ze voor de duur van het verblijf op de camping een maatregel.
  3. Als iemand zolang op een camping verblijft is sprake van vestiging in de gemeente waar die camping zich bevindt. Mevrouw moet daar bijstand aanvragen. De bijstand wordt beëindigd per vertrekdatum.
  4. Binnen Nederland is verblijf buiten de gemeente toegestaan ongeacht de duur. Wel moet sprake zijn van behoud van domicilie in de bijstandsverlenende gemeente en de inlichtingen- en arbeidsverplichtingen moeten worden nagekomen.

Klik hier voor de antwoorden